EEN VINGER IN HET IJ

Een Vinger in het IJ

Komedie

door Martijn Suurenbroek

PERSONAGES

Evert Floreyn, burgemeester van Amsterdam

Tina Floreyn, zijn vrouw

Jozef Wagenaar, gemeentesecretaris

Peter Stuyvesant, Amerikaans zakenman

Daan, werkloze

Mariska, studente

Hoppemeijer, raadslid

Dirckx, raadslid

Frans Oetgens van Waveren, (=Stuyvesant) burgemeester van Amsterdam

Pieter Corneliszoon Hooft, (=Dirckx) dichter, staatsman

Hugo Grotius, (=Hoppemeijer) geleerde

Wasjememaar, mime-kunstenaar, raadslid-in-residence

Arielle Waspick, televisiepresentatrice

Publiek, voorbijgangers, stadsnomaden, raadsleden etc.

N.B. De aangegeven dubbelrollen zijn obligatoir

1.

(Raadsvergadering in de Stopera. Floreyn, Wagenaar, Hoppemeijer, Dirckx en andere raadsleden. Mariska in publiek. Een ronde tafel waaromheen de leden van de raad. Floreyn zit aan het hoofd van de tafel. Achter hem een scherm waarop lichtbeelden vertoond worden. Blauwig licht. Het silhouet van de burgemeester steekt goed af.)

MICROFOONSTEM: Heeft Amsterdam de allure die haar toekomt, dat is de vraag die in onze presentatie centraal stond. Allure, dames en heren, allure is het kernwoord van stadsplanning vandaag de dag. Allure is alomvattend en vindt zijn weerslag in alle aspecten van de moderne stadsbeleving. Allure is meer dan het architectonische décor waarin het leven zich afspeelt; het weerspiegelt het levensgevoel waarin sociale rechtvaardigheid, doorzichtigheid van bestuur, economische groei, creativiteit, gezelligheid en groen harmonisch samengaan. Allure vereist handelen met visie. Wij van Dullens en Consorte staan daarvoor.

Ons plan biedt de allure die Amsterdam verdient. En het traject dat leidt tot de internationale uitstraling die bij Amsterdam hoort, begint bij het IJ. Wij hopen U onze visie op de ontwikkelingsopportunities van deze toplocatie voldoende uiteen te hebben gezet, en U voldoende argumenten te hebben gegeven om te kiezen voor ons alternatief. Ik dank U namens Dullens en Consorte, consultancy met emotie. (Applaus. Licht.)

FLOREYN: Ik dank Dullens en Consorte voor deze presentatie. Leden van de raad. Dit was de laatste in een reeks presentaties betreffende de ontwikkeling van de IJ-oevers. De keus is nu aan U, u heeft een maand de tijd om de verschillende plannen op u te laten inwerken.

Alvorens U aan dit verantwoordelijke proces van afweging begint wil ik U, wellicht ten overvloede, op het hart drukken dat de toekomst van het IJ en de

toekomst van de stad nauw met elkaar verweven zijn. De toekomst van de stad ligt, met andere woorden, in uw handen. Wikt en weegt U in het besef dat het IJ de plaats is waar de geschiedenis van onze stad zijn aanvang heeft genomen, en tevens de plaats is vanwaaruit onze stad de toekomst tegemoet treedt. Weest U doordrongen van de noodzaak de toekomst te peilen in het bewustzijn van wat het verleden gebracht heeft.

Tot slot nog dit: Welk van de plannen u ook zult kiezen, wij hebben kunnen constateren, en dat mogen wij al een grote winst noemen, hoe het is gesteld met de creativiteit van de Amsterdamse bevolking. Uit alle geledingen van de

Amsterdamse samenleving zijn er voorstellen gekomen. Uit alle hoeken en gaten van de stad hebben zich organisaties en personen, van gespecialiseerde organisatiebureau’s tot aan enthousiaste burgers, gemeld met plannen, die getuigen van een grote betrokkenheid bij wat er in de stad gebeurt. Daaruit kan men maar een conclusie trekken; Amsterdammers hebben hart voor hun stad. Het woord is nu aan U.

Het laatste punt van de vergadering, bevolkingsbestuursparticipatie, sluit hierbij uitstekend aan. Maar ik begrijp van de gemeentesecretaris dat er een probleem is. Ik schors de vergadering voor enkele momenten (Daan op)

MARISKA: Waar was je nou? Het is al bijna afgelopen.

DAAN: Ik kon het niet vinden.

MARISKA: Je kon het niet vinden?!

DAAN: Nee, niemand weet waar het stadhuis is?

MARISKA: Nee, want je moet ook naar de Stopera vragen. Hij staat er pas net!

FLOREYN: Het laatste punt van de agenda, het raadslidmaatschap in residence in het kader van de nota bevolkingsbestuursparticipatie, zal vandaag niet kunnen worden behandeld. Wat is het probleen, meneer Wagenaar?

WAGENAAR: Tja, meneer de burgemeester, de kandidaat is niet aanwezig.

FLOREYN: Zijn de procedures correct doorlopen?

WAGENAAR: Zeker, er zijn verschillende kandidaten vooruitgeschoven door een grote varieteit aan maatschappelijke organisaties, precies volgens de wens van de raad. In de commissie openbaar bestuur is vervolgens de keuze gevallen op een zekere Hans van Zandt, een theaterkunstenaar.

HOPPEMEIJER: Meneer de voorzitter, mijn fractie beschouwt het niet verschijnen van het zogenaamde raadslid in residence als een teken aan de wand. Wij benadrukken hier nogmaals dat wij niet geloven in het onzalige plan een lid van de Amsterdamse bevolking te laten bijzitten bij de vergaderingen van de gemeenteraad.

DIRCKX: Waarom verzetten de liberalen zich toch steeds zo hardnekkig tegen iedere vorm van bestuurlijke vernieuwing?

HOPPEMEIJER: Omdat wij, geachte collega, deze zogenaamde burgermonitoring niet als een bijdrage aan de kwaliteit van het bestuur beschouwen. Wij, de leden van de gemeenteraad, zijn degenen die de bevolking vertegenwoordigen en daarop worden afgerekend.

DIRCKX: Toch is Uw fractie, meneer Hoppemeijer, er altijd als de kippen bij als er een of ander adviesbureau moet worden ingeschakeld om een raadsbesluit te onderbouwen. Wat is er dan tegen de nuchtere bijdrage van iemand uit de bevolking die deelneemt aan het volle maatschappelijke leven?

HOPPEMEIJER: En dat zouden adviseurs niet doen? Kijk om u heen, meneer Dirckx, de helft van de raad bestaat tegenwoordig uit consultants, advocaten, makelaars; allemaal bemiddelaars, of nietsdoeners zoals U ze waarschijnlijk noemt, die zelfs voor dit onzalige plan hebben gestemd. En als u met uw voorstellen voor een gekozen burgemeester en een referendum komt, dan zult u, en wat ons betreft helaas, ook dan zien dat het niet alleen de gestaalde kaders zijn die u steunen.

DIRCKX: Het is lang geleden dat ons partijkantoor bekogeld werd, meneer de voorzitter, maar als ik de heer Hoppemeijer zo af en toe hoor…

HOPPEMEIJER: Excuus, collega, excuus. De Sovjet-Unie heeft 1984 toch gehaald, en wie had dat gedacht.

DIRCKX: Maakt u er zich maar met een grapje vanaf. Wezenlijke veranderingen zult u toch niet tegen kunnen houden. En wat de Sovjet-Unie betreft, er gaan geruchten…

FLOREYN: Heren, zo is het genoeg. Ik dank de fracties van Vrij Mokum en de Communistische Partij Amsterdam voor het vullen van de tijd die eigenlijk was bestemd voor de installatie van het eerste raadslid in residence. Maar deze discussie is uittentreure gevoerd, en als voorzitter van dit college kan ik alleen maar herhalen dat de raad er met grote meerderheid voor heeft gekozen dit experiment aan te gaan. Het past uitstekend bij het progressief-democratische profiel van onze stad en het zet Amsterdam stevig op de internationale kaart waar het gaat om doorzichtigheid en toegankelijkheid van het bestuur. Verder zijn er voldoende waarborgen ingebouwd; zoals u weet, heeft het raadslid in residence geen stemrecht, en mag alleen spreken op verzoek van een van de leden van de raad. Maar alles goed en wel, de Heer van Zandt is niet aanwezig, en daar zal zeker een goede reden voor zijn. Daarmee is de agenda afgehandeld. Geachte leden van de raad, het zal u allen bekend zijn dat ik vandaag mijn verjaardag vier, en zoals gewoonlijk hoop ik u allen vanmiddag te verwelkomen op de receptie op Herengracht 602. Ik sluit de vergadering.

DAAN: Nou, ik geloof dat ik wel weer weet waarom ik me niet voor politiek interesseer. Wat gaan we doen?

MARISKA: Wat we gaan doen?? Dat heb ik je toch gezegd! Ik heb een

uitnodiging voor de receptie.

DAAN: Hoe kom je daar nou weer aan?

MARISKA: Dat heb ik je allemaal verteld, Daan, maar je luistert ook nooit. De burgemeester nodigt ieder jaar voor zijn verjaardag een dwarsdoorsnede van de bevolking uit. En ik ben gekozen als vertegenwoordiger van onze faculteit en van de universiteit. Kom, we gaan. (Iedereen stukje bij beetje af. Wasjememaar op, loopt op Wagenaar af, die nog op zijn plaats zit)

WASJEMEMAAR: Bent u de gemeentesecretaris?

WAGENAAR: Ja.

WASJEMEMAAR: Mijn naam is Van Zandt, Hans van Zandt. Ik wordt verwacht.

WAGENAAR: Ah, meneer Van Zandt, u bent te laat.

WASJEMEMAAR: Ik kon het niet vinden.

WAGENAAR: U kon de Stopera niet vinden! Nou ja, het gebouw staat er ook pas net. Weet u wat, meneer Van Zandt…

WASJEMEMAAR: Wasjememaar.

WAGENAAR: Pardon.

WASJEMEMAAR: Wasjememaar, Noemt u mij maar Wasjememaar. Ik ben mime-kunstenaar.

WAGENAAR: Aha, ik weet niet of… Komt u maar mee naar de receptie, meneer… Wasjememaar. Dan kunt U de burgemeester en de raadsleden ontmoeten. (Af. Licht.)

2.

(Receptie residentie burgemeester. Drukte. Op de achtergrond klinken “Geef mij maar Amsterdam”, “Aan de Amsterdamse Grachten” etc. Televisiepresentator Arielle Waspick loopt rond met microfoon en cameraploeg.)

ARIELLE: Goedenavond, lieve kijkers, een hele goede avond. Dit is Arielle Waspick voor API-TV en ook dit jaar zijn we natuurlijk weer aanwezig bij de verjaardagsreceptie van burgemeester Evert Floreyn. En zoals ieder jaar is het weer beregezellig en is tout Amsterdam aanwezig, prominenten en gewone mensen. Meneer, mag ik u wat vragen?

AMBTENAAR: Jazeker.

ARIELLE: Wie bent U en wat doet U?

AMBTENAAR: Ik ben Gijs Verschalken, ik ben abtenaar bij de sociale dienst.

ARIELLE: Aha, U helpt mensen aan het werk?

AMBTENAAR: Dat proberen we, ja.

ARIELLE: Wat fantastisch! Ik kan me voorstellen dat heel bevredigend werk is. Want zeg nou zelf, dames en heren thuis, wanneer ik zo’n arme uitkeringsgerechtigde zie, de gebogen gestalte schuw langs de straatwand glijdend, schuchter opblikkend naar alles wat zelfverzekerd is en niet haveloos door het leven stapt, dan komt er een naar gevoel over me. Als u die mensen kunt helpen, dat is heel mooi.

AMBTENAAR: Inderdaad.

ARIELLE: Dank U, en wie bent U.

KUNSTENARES: Ik ben Violet, ik ben kunstenares. Ik haal mijn inspiratie voornamelijk uit mijn eigen kut.

ARIELLE: Wat fantastisch.

KUNSTENARES: Jaha. Ik heb trouwens een fantastisch voorstel voor API-TV. We laten een uur lang alleen mijn kut zien, gefilmd vanaf ongeveer een halve meter. En er gebeurt niets behalve dat ik af en toe heel even mijn schaamlippen beroer.

ARIELLE: Ik vind het een geweldig idee. We zitten bij API-TV echt te wachten op mensen die grenzen durven te verleggen, en die durven te shockeren. Opwindende televisie voor een opwindende stad. En, oh, wat een prachtig uniform. Wie bent U?

TRAMCHAUFFEUR: Dank U. Ik ben Sjoerd Hagel, tramchauffeur GVB, tot uw dienst.

ARIELLE: En wat brengt u hier?

TRAMCHAUFFEUR: (haalt papier te voorschijn) Ik ben hier om een petitie aan te bieden aan de burgemeester, waarin wij kortere werktijden en hogere lonen eisen, godverdomme.

ARIELLE: U hoeft niet te vloeken, hoor. Maar is de verjaardagsreceptie van de burgemeester daar nou wel de goede gelegenheid voor?

TRAMCHAUFFEUR: Vooruit, u heeft gelijk. Dan maar een keertje niet. Het is ook een gewoonte, weet U, Godverdomme.

ARIELLE: Waarom vloekt u toch steeds?

TRAMCHAUFFEUR: Dat is zo de gewoonte bij de directie van het GVB, godverdomme, en wij willen op gelijke voet staan met de directeur, dus vloeken wij ook.

ARIELLE: Wat leuk. Mevrouw, mag ik u wat vragen. Wat doet u in het dagelijks leven?

IMAGO-ADVISEUSE: Ik ben imago-adviseuse.

ARIELLE: Oei, dat klinkt spannend, niet, dames en heren thuis. En wat mag dat dan wel niet zijn?

IMAGO-ADVISEUSE: Ik begeleid prominente personen, nee nee, ik noem geen namen, in hun beeldvorming voor de buitenwacht. Mensen die veelvuldig naar buiten treden beseffen vaak niet hoe ze overkomen bij het publiek, en dan wil het wel eens gebeuren dat de waardevolle boodschap die ze hebben niet aankomt. En dat is erg jammer.

ARIELLE: Nou, reken maar, wat zonde. Wat vind u dan van het imago van de burgemeester?

IMAGO-ADVISEUSE: Nou, dat is nou een goed voorbeeld. Iedereen weet dat onze burgemeester Evert Floreyn heel sympathiek is en het hart op de goede plaats heeft, maar stel dat we nou burgemeestersverkiezingen zouden hebben in Amsterdam, dan zou hij het best eens kunnen afleggen, vrees ik, tegen bij voorbeeld een sluwe fortuinzoeker.

ARIELLE: Maar dan bent u er gelukkig nog. Fantastisch. Leuk. En daar hebben we iemand die het imago van mensen ook zeer ingrijpend kan veranderen. Beste kijkers thuis, het is Gans Tovenaar, de modekoning van Amsterdam. Hoe gaat het, lieverd. (ze zoenen)

TOVENAAR: Dag schat. Fantastisch, en met jou?

ARIELLE: En wat een leuke das!

TOVENAAR: Ja schat, dit is de IJ-das. Goudkleurige stroommotieven op een zilvergrijze achtergrond, zeer toepasselijk, vind je niet?

ARIELLE: Reken maar. Die Gans, altijd origineel and to the point. Meneer, mag ik u vragen, wat is uw beroep?

VUILANALYST: Ik ben medewerker van de milieupolitie. Ik analyseer vuilniszakken.

ARIELLE: He jakkes, waarom?

VUILANALIST: Om mensen aan te pakken die hun vuilniszakken te vroeg op straat zetten. Ik licht de inhoud van de vuilniszakken door op zoek naar aanwijzingen voor het adres van de overtreder, zodat deze zijn gerechte straf niet zal ontlopen.

ARIELLE: Ja ja. Maar vind u dat nou wel leuk werk.

VUILANALYST: Dit is zeer bevredigend werk, mevrouw. Het mag dan wel zo lijken dat je hele dag met je neus boven de rottende voedselresten zit, en dat is natuurlijk ook zo, maar het echte vuil dat ik opspoor..

ARIELLE: Wat bedoelt u daarmee?

VUILANALYST: Laat ik het zo zeggen; je komt heel wat aan de weet als je met toestemming van overheidswege bij de mensen binnen mag kijken, als ik me zo mag uitdrukken. Ik heb heel wat informatie, en als ik mijn mond open doe, mevrouw, dan…dan…

ARIELLE: Nou wat dan? (rolschaatser zoeft voorbij over de hele breedte van het toneel. Iedereen kijkt verbaasd op. Er heerst een moment stilte)

GANS TOVENAAR: Ik heb hier trouwensen een heel leuk ontwerp voor een vuilnisbak. Het heet “De Onbekende Proppenraper”, en het staat voor de anonieme burger die hart voor zijn stad heeft en af en toe iets opraapt zonder er gelijk de publiciteit mee te willen halen. Enig vind je niet?

DAKLOZE: Daklozenkrant! Daklozenkrant!

ARIELLE: Hallo. En, verkoopt U wat?

DAKLOZE: Gaat prima. (rekent af met iemand)

ARIELLE: Mag ik u nou eens vragen; waarom bent u nou dakloos?

DAKLOZE: Dat is een way of life, Dat te zeggen schrijft de daklozentrots voor. Maar ik zou hier eigenlijk wel willen wonen, als ik eerlijk ben.

KRAKER: Daarom zouden we de burgemeester ook moeten mogen kiezen.

TAXICHAUFFEUR: Allemaal kletspraat. Floreyn is zo’n peer. Ik had hem gisteren nog in de taxi…

KRAKER: Dat ontken ik ook niet…

ARIELLE: (tegen uitgedoste Ajax-fan met) En, wordt Ajax dit jaar kampioen?

AJAX-FAN: Reken maar.

ARIELLE: En moet Ajax in De Meer blijven?

AJAX-FAN: Natuurlijk. Of naar het Olympisch Stadion natuurlijk. Dat nieuwe stadion waar ze het over, daar in Diemen of zo, dat komt er nooit. Ga er maar kijken. Daar is geen sfeer weet je. Daar gedijt niets.

ARIELLE: (Wasjememaar, Daan en Mariska volgen het tafereel op een afstand) En wat een levendige bedoening is het weer, dames en heren thuis, hier op de verjaardagsreceptie van de burgemeester. En hier hebben we de raadsleden Hoppemeijer en Dirckx, zoals altijd levendig in discussie, Heren, mag ik even, volgens mij bent u altijd met politiek bezig. (beiden reageren enigszins betrapt) Wat is er nou zo leuk aan politiek?

HOPPEMEIJER: Politiek is belangrijk voor ons dagelijks leven. Politiek raakt ons allemaal. Neem nu de ontwikkeling van de IJ-oevers, dat lijkt allemaal heel abstract, maar…

DIRCKX: Als ik collega Hoppemeijer even mag onderbreken, en mijn fractie heeft dit ook duidelijk tijdens de beraadslagingen laten horen, het hele IJ-oeverplan, welk dan ook, zal weer typisch zo’n Amsterdams project worden waar men zich zonder na te denken inwerpt zonder de consequenties te overzien. We hebben het fiasco van de Olympische Spelen nog niet achter de rug…

HOPPEMEIJER: Meneer Dirckx, dat is toch van een totaal andere orde. Natuurlijk hadden we de Olympische Spelen kunnen binnenhalen, als we ons plan maar beter hadden verkocht.

DIRCKX: En bij die presentatie moeten natuurlijk weer tientallen duurbetaalde adviseurs worden ingeschakeld. Het is niet alleen de presentatie, collega, Amsterdam zou er goed aan doen meer naar binnen te kijken dan zich met de façade bezig te houden. Het beeld dat wij van onszelf hebben, daar gaat het om. Introspectie, bespiegeling, dat is wat we nodig hebben.

HOPPEMEIJER: Nee, nee, hoe verkopen wij onszelf, dat is de vraag die aan de moderne bestuurder wordt gesteld. Hoe komen wij af van het zestiger-jarenimago dat hier maar alles kan en mag, dat is de kern van de zaak. Met de krachtige ontwikkeling van de IJ-oevers zet Amsterdam een grote stap in de richting van haar volwassenwording, en dat werd tijd.

DIRCKX: Ik voorzie kolossale budgetoverschrijdingen, raadsleden die hun verantwoordelijkheid ontlopen door collectief de schuld te aanvaarden zodat er niemand schuldig is.

HOPPEMEIJER: We hebben fouten gemaakt en zullen altijd fouten blijven maken, collega. En ik ben er van overtuigd dat de miljoenenoverschrijdingen ditmaal op een voor Amsterdam zeer acceptabel niveau zullen zijn.

DAAN: Bravo! (Hoppemeijer en Dirckx kijken even verstoord op en verdwijnen dan kibbelend in de menigte)

ARIELLE: (Tegen Daan en Mariska) En wie zijn jullie?

MARISKA: Ik ben Mariska?

ARIELLE: En wat doe je?

MARISKA: Ik studeer politicologie.

ARIELLE: Dan ben je hier zeker wel op je plaats.

MARISKA: Reken maar, dit is zo uniek. Dat een burgemeester zomaar allerlei mensen uitnodigt op zijn verjaardagsreceptie, dat kan alleen in Amsterdam. Dat is zo democratisch. En neem nou zo’n raadslid in residence, iemand die zomaar aanschuift..

ARIELLE: Een aanschuiver!

MARISKA: Ja, goeie naam, de aanschuiver. Dat is echt een uniek experiment. Daar kijkt echt de hele wereld naar. Ik doe daar voor mijn scriptie namelijk onderzoek voor.

ARIELLE: Leuk. Alleen jammer dat hij er niet was, niet? En wat doe jij?

DAAN: Ik? Niks.

ARIELLE: Maar je zult toch wel plannen hebben?

DAAN: Ach nee, ik zie wel. Het lijkt me wel wat om met zo’n camera te zwaaien.

ARIELLE: Nou, loop eens mee, misschien leer je wat. (tegen camera) En zo, lieve kijkers thuis, helpt API-TV misschien nog iemand aan een baan ook. (De cameraman toont Daan en Mariska zijn camera. Arielle kijkt even in het rond en ziet Wasjememaar staan. Ze kijken elkaar een moment aan, dan spreidt Wasjememaar enthousiast zijn armen en stapt op Arielle af. Ze raken in gesprek en het hele groepje verdwijnt in de menigte. Stuyvesant op. Hij is een heer in een wit pak, die op Wasjememaar lijkt en iets mank loopt. Hij blijft enkele momenten staan aan de zijkant van het toneel. Tina Floreyn merkt hem op en stapt op hem af)

TINA: Oh hello, I’m so glad you could make it. Evert, EVERT!! Ik heb je nodig!!!

FLOREYN: (maakt zich los uit groepje) Sorry heren, men heeft me weer eens nodig.

TINA: Evert, let me introduce you to mister Peter Stuyvesant, the representative from New York.

FLOREYN: Mister Stuyvesant, pleased to meet you. How is my friend Ed Koch?

STUYVESANT: Ed’s fine, he’s just fine.

FLOREYN: To be mayor of New York is still a little different from being mayor of this small town. Isn’t it?

STUYVESANT: Oh, but you are both doing a great job, Mr. Floreyn. (Stuyvesant gaat voort in Jordaans-Nederlands met een zwaar Amerikaans accent. Gaandeweg het stuk verliest hij zijn Amerikaanse accent.) Meneer de burgemeester, mag ik u feliciteren met uw verjaardag.

TINA: Oh, u spreekt zeer goed Nederlands

STUYVESANT: Vergeet niet dat ik hier geboren ben, mevrouw. En ik zou zeer vereerd zijn als u Nederlands met mij zou willen spreken. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer, niet waar.

TINA: Heel graag. Leerde iedereen maar zo snel Nederlands.

STUYVESANT: Ik ben werkelijk “touched” om mijn geboortestad na al die jaren weer te zien terug. En het is heel interessant om te zien hoe u hier de dingen aanpakt.

FLOREYN: Wij doen ons best. En New York en Amsterdam hebben meer in common dan men zou denken, niet waar?

STUYVESANT: Zo is dat maar net. Nieuw Amsterdam, daarmee is het allemaal begonnen. Jullie Hollanders waren ons weer eens voor.

FLOREYN: Maar wat is er vergelijkbaar met de Great Country, mister Stuyvesant.

STUYVESANT: Peter.

EVERT: Peter.

TINA: Would you care for another drink, Peter?

STUYVESANT: How could I offend such a charming… gastvrouw.

ARIELLE: (tegen Wagenaar) Met wie spreekt Floreyn daar?

WAGENAAR: Dat is de gezant uit New York, Peter Stuyvesant. Excentrieke miljardair, voor zover ik weet. Je weet hoe dat gaat. Spekken de partijkas en krijgen dan een erebaantje.

ARIELLE: In wat voor business zit hij.

WAGENAAR: Van alles en nog wat, geloof ik. Maar ik weet er het fijne niet van. Schijnt een soort Howard Hughes-type te zijn, Citizen Kane zeg maar, type tycoon-kluizenaar. Er wordt op het stadhuis al weken gesproken over zijn komst. Maar je hebt dit niet van mij, hoor je.

ARIELLE: Charisma heeft-ie, dat staat vast. Kom, Daan, we gaan monteren. (Af. Licht.)

3.

INTERMEZZO

(Stadsnomaden aan de waterkant. Enigszins klaaglijk, bluesy gezang. Daan en Mariska op afstand van hen)

STADSNOMADEN: (zingen) De schaduw van het schijnbeeld

is de ware aard

van alles wat verborgen moet worden gehouden

Is de avondschemer gekomen? Loopt de beschaving ten einde?

Of gloort daar de ochtendstond, maar niet voor mij

Ik kijk omhoog en zie de adelaar

Op zijn prooi gespitst die onwetende is

Zie zijn handlangers, zij zwermen om hen heen,

maar hebben zijn ogen niet

noch zijn snavel noch zijn klauwen

Maar zij smakken zijn lied

De adelaar is daar

hij laat niet los

hij is zijn duikvlucht

DAAN: (Heeft gefilmd) Dat staat er mooi op. Wat zijn dat voor lui?

MARISKA: Stadsnomaden.

DAAN: Waarom kraken ze niet gewoon wat?

MARISKA: Ze willen zo leven. Ze mediteren, het zijn magiers.

DAAN: Hm, rare lui.

MARISKA: Oordeel toch niet zo snel!

DAAN: Ik registreer, ik ben journalist

MARISKA: Tenminste doe je wat, maar neem tenminste serieus wat je filmt.

DAAN: Ik registreer objectief. Ik geef een beeld van de werkelijkheid.

MARISKA: Een journalist zonder idealen

DAAN: Wacht maar af.

MARISKA: Maar wel lief. (ze zoenen)

STADSNOMADEN:

De adelaar is daar

hij laat niet los

Hij is zijn duikvlucht

4.

(Rondvaardboot. Kapitein, Hoppemeijer, Dirckx; vervolgens Floreyn, Stuyvesant, Tina, Wagenaar, gevolg van ambtenaren etc.)

KAPITEIN: Heren.

DIRCKX: Dit is toch de rondvaart voor de burgemeester?

KAPITEIN: Zeker. De burgemeester en zijn gevolg worden terstond verwacht.

HOPPEMEIJER: Een stad is een stad, collega. En ik ben ook gehecht aan mijn tuintje, maar toch kies ik voor stedelijkheid. Wie in groen wil baden, die moet op het platteland blijven wonen.

DIRCKX: Een eenmaal omgehakte oude eik richt zich niet weer op. Daarom is een gedegen hoofdgroenstructuur de lange termijnoplossing die aan uw stedelijkheid niets zal afdoen.

HOPPEMEIJER: Uw groenstructuur waarin iedere mier beschermd moet worden, nietwaar? Wat heeft u toch een vreemde voorstelling van het stedelijk leven, collega…

DIRCKX: Zo’n beeld noemt men een ideaal.

HOPPEMEIJER: Met zo’n ideaal kun je rekenen op een lastig traject, collega. (Floreyn, Tina, Stuyvesant, Wagenaar, gevolg van ambtenaren op)

STUYVESANT: It’a absolutely marvellous. Amsterdam just as I pictured it. Stad aan het water. Stad van het water. Geschenk van het water.

FLOREYN: Ja, de strijd met het water, meneer Stuyvesant, dat is de geschiedenis van onze stad. En van ons land, natuurlijk. De dam in de naam Amsterdam is dan ook de dam die…

TINA: Evert, Meneer Stuyvesant komt hier toch vandaan.

KAPITEIN: Trossen los!!

EVERT: We varen!

STUYVESANT: Overal waar ik in uw stad loop voel ik de geschiedenis. Het is hier allemaal oud. En oud is echt. Oud is authentiek. Zo oud als het water. Its all like a Rembrandt-picture.

FLOREYN: En daar is het Noordzee-kanaal, dat Amsterdam met de Noordzee verbindt.

STUYVESANT: Noordzee. Zuyderzee. I remember it all. Vijf jaar oud was ik toen ik wegvoer met mijn vader en mijn moeder op de Holland Amerika Lijn. Van de Schreyerstoren. Ik weet nog dat mijn grootmoeder daar stond te huilen. Het is mijn oudste herinnering.

AMBTENAAR: (tegen collega) Huilen bij de Schreyerstoren?

AMBTENAAR: Ja, sympathiek, dat sentiment.

TINA: Bent u al eerder teruggeweest in Amsterdam?

STUYVESANT: Nooit.

TINA: Hoe kan het dan dat u zo goed Nederlands spreekt?

STUYVESANT: Mijn moeder, mevrouw, mijn moeder heeft er voor gezorgd dat ik het Nederlands niet vergat. Zij heeft me Multatuli laten lezen, en Couperus. De hele Nederlands literatuur. Tot ik een jaar of vijftien werd, toen had ik alleen nog maar belangstelling voor sports en meisjes. Daarna heb ik mijn carriere gemaakt en een bestaan opgebouwd voor diegenen die mij omringden, en ben het Nederlands helemaal vergeten. Maar enkele jaren terug heb ik de studie van mijn moedertaal weer opgepikt. En het verbaasde mij hoe snel alles weer terugkwam. “…Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan”, of “…dit heb ik bij mijzelven overdacht, domweg gelukkig in de Dapperstraat.”

FLOREYN: “En dan; wat is natuur nog in dit land?” Ja, ja. Bloem.

STUYVESANT: Maar ik wist dat ooit zou terugkeren. En nu, nu gebeurt het dan. Nu ik oud ben. Weet je, Evert, mijn vader was een socialist, zoals jij. Hij was een van de voormannen van het Palingoproer. Daarna kreeg hij in de depression geen werk meer. Hij was een goede vakman, maar er was geen werk meer. Toen heeft hij besloten naar Amerika te gaan.

FLOREYN: Het sociale klimaat in de jaren dertig was in Nederland inderdaad zeer repressief. Colijn…

STUYVESANT: In Amerika was er ook grote armoede. Mijn vader is veranderd. Hij wilde van het socialisme niets meer weten. Hij ging in zaken.

WAGENAAR: Wat voor zaken?

TINA: Oh, wat een prachtige zonsondergang. Wat een lucht.

STUYVESANT: Isn’t this what Ruysdael is all about! Maar ik begrijp dat Amsterdam grote plannen heeft met het IJ?

EVERT: O ja, er zijn zo veel plannen, deze stad is zo creatief.

TINA: Maar ook wel een beetje naief, onder ons gezegd en gezwegen.

STUYVESANT: En wat voor plannen zijn er zo al?

FLOREYN: Ach, aan ideeen geen gebrek, Peter, ik doe maar een greep. Er is het IJ-stroomplan, dat het IJ weer geheel zijn zeventiende eeuwse karakter wil teruggeven.

TINA: Amsterdam als museum, in de route Volendam, Monnickendam en de Waag in Alkmaar.

FLOREYN: Er is het “Geef-het-IJ-terug-aan-de-stad-“plan, dat het Centraal Station, dat de stad al hondervijftig jaar van het IJ afschermt, naar Noord wil verplaatsen.

TINA: Een megalomaan plan van een mislukte stadsplanner die het spoor bijster is.

FLOREYN: Het vlottenplan, dat het IJ wil volleggen met drijvende tuinen op piepschuimen vlotten waar jazztenten op moeten komen.

TINA: Een typisch zestigerjarenplan, ludiek werd dat hier genoemd.

FLOREYN: Ludiek is een integrerend kenmerk van Amsterdam, Tina, daar hoef je niet mee te spotten. En er is natuurlijk het dolfijnplan, dat dolfijnen wil laten rondzwemmen zodat we tot ons zelf kunnen komen

TINA: New-age heeft ook hier meedogenloos toegeslagen, Peter.

FLOREYN: Maar er zijn komen ook heel andere plannen aan bod, natuurlijk. Zo is er het Manhattan-aan-het-IJ-plan, een plan dat zou voorzien in wolkenkrabbers en enerverende economische bedrijvigheid. Daar weet jij, als Amerikaan, natuurlijk alles van. Maar omdat er in Amsterdam een zekere weerstand bestaat tegen hoogbouw, heeft dat weinig kans denk ik. Je ziet daar bij voorbeeld het Shell-gebouw, een van de weinige hogere gebouwen in de stad.

STUYVESANT: Ach ja, Shell, nice competitor. En wat is jouw favoriete plan, Evert, als burgemeester?

FLOREYN: Mijn favoriete plan? Well, that is…Een panorama in sobere stijl waarin alle stadsfuncties harmonisch verenigd zijn, een samengaan van de geschiedenis en het heden van deze fantastische stad. Lage hoogbouw, financiele instellingen zij aan zij met cultuurcentra, waarin de voormalige kraakbeweging haar ateliers kan krijgen, loop- en fietspaden, misschien een stapje terug ten opzichte van men een toplocatie met allure noemt, maar toch geheel in overeenstemming met de traditie van kleinschaligheid die Amsterdam kenmerkt.

STUYVESANT: Ik ben onder de indruk van de creatieve geest van deze stad. En haar kritische vermogens, natuurlijk.

TINA: Dank je wel, Peter. Kijk, we gaan aan wal. En API-TV is er ook.

PETER: API-TV?

FLOREYN: Amsterdams Peil International. Ook dat is een gewoonte hier in Amsterdam, Peter. De televisie volgt de autoriteiten overal. Zo houden we een open democratie. (Ze gaan aan wal. Arielle wacht ze op, Daan staat achter de camera)

ARIELLE: Meneer Floreyn, was het een genoeglijke tocht?

FLOREYN: Waarom vraagt u dat niet aan onze gast?

ARIELLE: Mr. Stuyvesant? What is the purpose of your stay in Amsterdam?

STUYVESANT: Amsterdam is one of the greatest places in the world. It is old and it is young, it is small and it is big, it is speedy and it is slow, it is cold and warm, it is wet and dry. And most important, it’s always open for new ideas. Maar spreekt u toch Nederlands met mij, dat is ook leuker voor uw kijkers.

ARIELLE: Meneer Stuyvesant, men zegt dat u leeft als een soort kluizenaar, men vergelijkt u zelfs met Howard Hughes. U reist vrijwel niet en als u wel reist doet u dat incognito. Bent u hier voor zaken?

STUYVESANT: Ik ben zakenman, ja. Maar ik ben hier voor pleasure, ik vertegenwoordig mijn stad en ik ben hier for the sake of memories, of course.

ARIELLE: In die volgorde?

FLOREYN: Zo is het wel genoeg, Arielle. Meneer Stuyvesant is zonder enige twijfel moe.

TINA: Laten we vanavond uit eten gaan.

FLOREYN: Ja, in dat nieuwe restaurant, zo’n interessant geval, hoe heet het, kom?

ARIELLE: “De Laatste Trend”?

FLOREYN: Precies, “De Laatste Trend”.

TINA: Let’s meet there at eight.

STUYVESANT: Great, but it will be my treat then.

/

5.

(Diner in restaurant De Laatste Trend. Rolschaatsers, vuurspuwers, travestieten en zingende obers. Floreyn, Tina, Stuyvesant, Wagenaar. )

OBER: (zingt) Alstublieft, meneer, en voor wie was de tournedette.

FLOREYN: (Zingt) Die is voor mijn vrouw.

TINA: (zingt) Dank u wel.

ALLEN: (zingen) Eet smakelijk

STUYVESANT: Isn’t it amazing. This is a city of surprises. Beste gasten, ik dank u allen voor uw komst. Het is mij een grote eer dat wij na onze inspirerende tocht over het IJ weer samenkomen, in dit interessante en leuke restaurant. (Hij groet iemand die passeert)

TINA: Je bent al goed thuis in onze society, Peter.

STUYVESANT: Ik heb veel mensen gesproken, Tina. En ik houd van surprises.

FLOREYN: Mag ik dan een toost uitbrengen op onze gewaardeerde gast, Peter Stuyvesant. Ik zou het zo willen zeggen, een zoon van onze stad. Peter, welkom thuis. (men toost)

TINA: En voel je je hier al thuis. Peter?

STUYVESANT: Ik moet eerlijk bekennen…(een bloemverkoper komt voorbij. Stuyvesant koopt een bosje en biedt ze Tina aan)

TINA: Dank je. Peter.

STUYVESANT: Sinds de dood van mijn vrouw voel ik me overal ontheemd. Maar misschien is dat mijn lot, misschien moet ik ook wel blijven zwerven, zoals de zeevaarders uit vroeger tijden die er op uit trokken om nieuwe werelden te ontdekken. En die ondanks de ontberingen die zij leden toch steeds weer een nieuwe reis aanvaardden. Maar steeds kwamen zij terug. Hun vrouwen en kinderen woonden hier. En zo zal ik misschien steeds weer terugkomen naar deze plaats, waar ik geboren ben, waar ik het levenslicht aan… aan…

TINA: …schouwde. Very well said, Peter.

FLOREYN: Dat is nou echt Amsterdam, men zwerft uit tot de uitersten van de wereld, maar men vindt altijd zijn weg terug. Terug naar de geborgenheid van deze stad. En de gezelligheid, natuurlijk.

STUYVESANT: Maar voorlopig blijf ik hier. I am hear to stay.

FLOREYN: Hear, hear.

STUYVESANT: En natuurlijk wil ik het mijne bijdragen.

ALLEN: Hear hear hear!

TINA: Was iedereen maar zo. Helaas komen er toch maar al te veel mensen naar de stad om hier iets te halen, en niet om iets achter te laten.

FLOREYN: Tina, dat is toch niet erg diplomatiek uitgedrukt voor de vrouw van de burgemeester.

WAGENAAR: Het eigenbelang lijkt toch de motor van de vooruitgang zijn, is het niet? De zeevaarders, die de Heer Stuyvesant al ter sprake bracht, waren natuurlijk avonturiers die de benauwdheid van de stad ontvluchtten en hun eigen vrijheid bevochten. Maar net zo goed waren ze ondernemers die de basis voor de welvaart van de stad legden.

FLOREYN: In het bewustzijn dat ze bijdroegen aan de glorie van het rijzende Amsterdam.

WAGENAAR: De burgemeester staat er om bekend dat hij de dingen graag zo ziet, maar is het wel zo? Is het niet wat Vondel ons wil laten geloven?

FLOREYN: Het eergevoel schreef toch voor dat men vocht, stierf, opkwam voor het vaderland, in dit geval de vaderstad. En voor god, natuurlijk.

WAGENAAR: Konden we de verhouding eergevoel, godsvruchtigheid, hebzucht en ijdelheid maar wegen, Evert. En er is wat afgewogen in deze stad. Ik geloof niet dat jouw ambtgenoten uit die tijd, die natuurlijk ook ondernemers waren, zich erg lieten leiden door eergevoel, al hielden ze zich dat zelf graag voor. Ze geloofden zelfs dat ze hun welvaart te danken hadden aan hun vroomheid. Dat het kwam omdat ze eigenlijk goede economen waren kwam niet bij ze op. Het is typisch iets voor sociaal-democraten als jij om je eigen innerlijke beschaving te projecteren op die halve middeleeuwers.

TINA: Daarom is Evert ook een goede burgemeester voor deze tijd, maar voor toen? Zo gaat het nu altijd. Peter, altijd historische discussies. Onze gemeentesecretaris schrijft overigens ook een geschiedenis van onze stad in deze eeuw.

STUYVESANT: Het is heel goed dat jullie in Nederland alles in historisch perspectief proberen te zien. Daar ontbreekt het in Amerika wel eens aan.

WAGENAAR: Meneer Stuyvesant is natuurlijk een moderne, dynamische ondernemer, die als geen ander beseft dat een stad nooit af is.

STUYVESANT: Zolang stadslucht maar vrij maakt.

FLOREYN: En ondernemend.

WAGENAAR: De vrije stadslucht was trouwens ook een goede reden om de voor de frisse zeelucht te kiezen. De weinig romantische werkelijkheid was helaas dat de lucht, ook in deze stad, niet te verdragen was.

TINA: He, mijnheer Wagenaar, het lijkt wel een soort mode te worden onder historici als U. Zodra het over het verleden gaat komt eerst de onwelriekendheid ter sprake.

WAGENAAR: Het is mijn verantwoordelijkheid als historicus de werkelijkheid zo goed mogelijk te beschrijven, mevrouw, of die nou leuk was of niet. Ook wil ik in dit verband niet nalaten, nu u mij uitdaagt, te wijzen op de stankoverlast die in verschillende delen van onze stad ten gevolge van industriele uitstoot wordt waargenomen. De rapportage van de milieudienst spreekt boekdelen…

FLOREYN: Genoeg hierover, Wagenaar, draaf nu niet door. We vervelen onze gast met onze historische uitwijdingen. (Iedereen kijkt gespannen naar Stuyvesant, die een afwezige indruk maakt, en dan opschrikt)

STUYVESANT: Er komt een dominee voorbij!! (gelach).

FLOREYN: Zolang het maar geen koopman is! (gelach)

WAGENAAR: Kijk eens aan. We zijn op TV. (Arielle op scherm. Iedereen draait zich naar toestel. Het gedeelte van de tafel waar Stuyvesant zit wordt langzaam verduisterd zodat de acteur de gelegenheid heeft naar het scherm te gaan)

TINA: Fantastisch, die Arielle, hoe krijgt ze het zo snel voor elkaar.

ARIELLE: (op scherm) Welkom, beste kijkers, bij “Amsterdam Op en Top”, het society-journaal van API-TV. Enkele weken geleden berichtten wij u al over Mr. Peter Stuyvesant, de gezant uit New York. Vanmiddag maakte de heer Stuyvesant een boottocht op het IJ met de burgemeester en zijn vrouw. Daarna ontmoetten wij de voor zijn leeftijd nog zeer kwieke Amerikaan in zijn appartement in de Beethovenstraat. U ziet beelden van de tocht van vanmiddag.

TINA: Wat leuk, heb je nu al een interview gegeven aan API-TV?

WAGENAAR: Vanmiddag?

ARIELLE: (Op scherm) En beste kijker, omdat Mr. Stuyvesant in Amsterdam geboren is spreekt hij verrukkelijk Nederlands. Meneer Stuyvesant, wat is het doel van uw verblijf in Amsterdam?

STUYVESANT: Allereerst wil ik de Amsterdamse gemeenschap, de burgemeester en iedereen die hem omringt, bedanken voor de voortreffelijke ontvangst die mij is bereid. Het was echt alsof ik thuiskwam.

ARIELLE: U bent geboren in de Jordaan, nietwaar?

STUYVESANT: Inderdaad, daar bij die Westertoren. Ik ben naar mijn geboortestad teruggekomen namens de burgemeester van de stad waar ik nu woon, New York. Hij heeft mij gevraagd te onderzoeken hoe jullie dingen doen in Amsterdam. En hij wil natuurlijk verstevigen de banden met uw stad.

FLOREYN: (Tegen Wagenaar) Dat soort taalfouten maakt hij toch doorgaans niet.

WAGENAAR: Het wordt soms al bedreigend ervaren als een ander je eigen taal beter kent dan je zelf. Alsof je bestolen wordt.

ARIELLE: Is de burgemeester van New York speciaal geinteresseerd in iets in Amsterdam?

STUYVESANT: De stad New York is bij voorbeeld geinteresseerd in hoe jullie hier omgaan met drugs, of met daklozen, of met werkloosheid.

ARIELLE: Is men in New York geinteresseerd in ons coffee-shopbeleid??

STUYVESANT: Ja, wij zijn gebiologeerd door uw eh.. gedohw… gedohw…

ARIELLE: Ons gedoogbeleid?

STUYVESANT: That’s it, your gedoogbeleid.

ARIELLE: En wat gaat U de burgemeester van New York in deze adviseren?

STUYVESANT: Dat bespreek ik liever eerst met de autoriteiten van uw stad.

ARIELLE: U bent ook zakenman. Bent U hier ook voor zaken?

STUYVESANT: Ik ben mijn hele leven zakenman geweest en ik heb genoeg verdiend. Ik wil nu graag mijn zakelijk inzicht ten dienste maken van de gemeenschap.

ARIELLE: U doelt op filantropische activiteiten?

STUYVESANT: Ik heb gelezen over dokter Sarphati, ik weet dat hier in Amsterdam al in de Gouden Eeuw bejaarden – en armenhuizen waren, en een sociaal systeem dat in de wereld zijn weerga niet kende. Ik geloof niet dat ik Amsterdam op dat gebied iets heb te leren heb.

ARIELLE: Wat heeft u dan voor plannen. meneer Stuyvesant.

STUYVESANT: (Kijkt in de camera, zwijgt moment) Ik wil de Amsterdamse gemeenschap een zeer interessant zakelijk voorstel doen.

ARIELLE: En dat is?

STUYVESANT: Ik wil het IJ kopen.

ARIELLE: Excuse me.

STUYVESANT: I want to buy the IJ.

ARIELLE: I didn’t know it was for sale, really?

STUYVESANT: That is up to you, isn’t it.

ARIELLE: Wat zou U met het IJ willen doen, meneer Stuyvesant, er van uitgaande dat we het van de hand zouden willen doen.

STUYVESANT: Als U het niet erg vindt zou ik dat liever eerst met de autoriteiten van uw stad bespreken. Maar ik verzeker u dat mijn plan een ieder in de Amsterdamse gemeenschap ten goede zal komen.

ARIELLE: (tijdens haar afkondiging staat Stuyvesant op en keert terug naar de tafel) Mag ik U danken voor dit gesprek, meneer Stuyvesant. Nou beste kijkers, dat is nog eens een plan waar de politiek van zal opkijken. Leuk! Dit was “Amsterdam Op en Top”. Een goedenavond vanuit de API-studio’s.

FLOREYN: Wat gebeurt hier in hemelsnaam. Mr. Stuyvesant? What are you talking about?

WAGENAAR: Het IJ kopen, van wie is het IJ eigenlijk?

STUYVESANT: Might I suggest, mister Floreyn, that we discuss the matter in full detail tomorrow. You will not be disappointed. Good evening to you all. (Af)

6.

(Stadhuis. Floreyn en Wagenaar)

FLOREYN: Wel, Jozef, we vinden ons in een eigenaardig parket. Ik voel me enigszins overvallen.

WAGENAAR: Het heeft inderdaad iets van een… raid, Evert.

FLOREYN: Natuurlijk heeft Stuyvesant het volste recht voor de camera te zeggen wat hij wil, en zich economisch te manifesteren zoals hij dat wil. We hebben hier een open economie, waarin plaats moet zijn voor onverwachte initiatieven. Maar waarom horen we zo’n grootschalig voorstel via de TV?

WAGENAAR: De raad was ook niet blij toen jij via de TV aankondigde dat je de Olympische spelen naar de stad wilde halen. En je hebt ze daarna wel overtuigd. Maar dit is wel zeer onverwacht. Anderszijds, we kennen de ins en outs van Stuyvesants plan natuurlijk nog niet, en de toespraak zal op zijn Amerikaans wel wat overdreven zijn. En bovendien zijn we natuurlijk wel op zoek naar krachtige partners uit de private sector om de ontwikkeling van de IJ-oevers gestalte te geven. De gemeenteraad heeft zich daartoe expliciet uitgesproken.

FLOREYN: Toch kan ik het nog niet geloven.

WAGENAAR: Ik heb hem toch horen zeggen, meerdere malen zelfs, want gelukkig herhaalt API-TV het nieuws talloze malen…

FLOREYN: Ja, gelukkig!

WAGENAAR: …en ik heb hem toch duidelijk horen zeggen: I want to buy the IJ.

SECRETARIS: Meneer de Burgemeester, de heer Stuyvesant. (Ze staan op. Stuyvesant komt binnen)

STUYVESANT: Goede morgen, heren, Evert. Hoe maak je het vandaag?

FLOREYN: Uitstekend, Mr. Stuyvesant.

STUYVESANT: Call me Peter, Evert. That’s the way we do things in America.

FLOREYN: Peter. Neem plaats, alsjeblieft. Wel, Peter, jij hebt een signaal afgegeven dat je onze stad grondig bestudeerd hebt en dat je plannen tot ontwikkeling hebt gebracht. Mag ik je uitnodigen je zienswijze te ontvouwen.

STUYVESANT: Dank je wel, Evert. Misschien is een woord van verontschuldiging op zijn plaats. Maar misschien ook niet. Misschien moeten wij ons daarvoor verontschuldigen dat wij onze plannen kenbaar hebben gemaakt via de televisie, zonder jullie daarvan van te voren op de hoogte te stellen. Maar anderszijds, we say, play the game, speel het spel. Men heeft ons voor een interview gevraagd en wij hebben geantwoord.

FLOREYN: Of course, freedom of press, freedom of speech, thank god.

STUYVESANT: You’re a good sport, Evert. En ik denk dat jij en ik als geboren Amsterdammers het in wezen met elkaar eens zijn. Want wat anders willen wij dan het beste voor de stad waaraan wij ver…eh

FLOREYN: Verbonden?

STUYVESANT: Nee.

WAGENAAR: Verknocht?

STUYVESANT: Right, verknocht, waaraan wij verknocht zijn. Such a strange word.

WAGENAAR: Wij vinden het ook een raar woord.

STUYVESANT: Right, OK. Maar wij zijn niet alleen verknocht aan onze stad, Evert. Wij staan ook voor een idee. Ik weet dat jij sociaal-democraat in hart en nieren bent, een man van idealen dus. En ik ben hier gekomen als een vertegenwoordiger van onze burgemeester, van onze stad. En ik draag die opdracht met ere. Maar ik ben ook “a man of my own”, als je begrijpt wat ik bedoel. En ik geloof vast in de waarden van de vrije wereld. Ik ben een in Europa geboren Amerikaan, die heeft gezien wat Europa zichzelf al meer dan vijftig jaar aandoet. Ik heb de opkomst van Hitler gezien en de Tweede Wereldoorlog. Ik heb gezien hoe het communisme zich nestelde dit continent. En ik geloof dat er maar een ding is dat het communisme ten onder zal doen gaan, en dat is door de mensen te geven wat van hun is. Ik geloof in privatisering. Ik geloof in het soort privatisering dat alles aan de gewone man overlaat. Ik ben geen voorstander van een systeem dat teveel rijkdom in de handen van weinigen brengt. Ieder het zijne. Maar het begint bij mij, en mijn gelijken. Wij die Amerika gemaakt hebben, en die de wereld kunnen herscheppen. Ik ben een oude man en ik ben zeer rijk. Wil ik nog rijker worden? That zou…pathetic zijn, nietwaar? Nee, ik vecht, en sterf, voor een idee, net zoals de communisten zeiden dat ze deden, maar zij hadden het verkeerde idee, en het leidde tot de verkeerde methodes. Wij moeten niet steeds weer de zelfde fouten maken, wij moeten leren van de geschiedenis.

FLOREYN: Mooi gesproken, Peter, maar…

WAGENAAR: What about the IJ?

STUYVESANT: We offer the community of Amsterdam… Wij bieden de gemeente Amsterdam 10 miljard dollars voor de overname van het water genaamd IJ.

WAGENAAR: Maar is dat wel mogelijk? Hoe kan Amsterdam het IJ verkopen?

FLOREYN: Van wie is het IJ?

STUYVESANT: U kunt gerust van ons aannemen dat wij ons huiswerk goed gedaan hebben. De gemeente Amsterdam is kadastraal-publiekrechtelijk eigenaar van het oppervlaktewater van het IJ, alsmede de aanpalende oevergedeelten voorzover deze nog niet aan derden zijn overgedragen.

WAGENAAR: Het oppervlaktewater? En wat daar onder zit dan?

FLOREYN: Maar waarom, Peter, waarom?

STUYVESANT: Omdat wij in hetzelfde geloven, Evert, give the power to the people.

FLOREYN: Door het IJ te privatiseren…

STUYVESANT: And sharing it.

WAGENAAR: Sharing it? O, wacht, u gaat het in aandelen verkopen?

STUYVESANT: Ja.

WAGENAAR: Volkskapitalisme. That’s the trick!

FLOREYN: Its not going to work! Het kan niet legaal zijn! Wat is de zin ervan? Het leidt tot de anarchie van de markt. Straks kunnen we tram en de waterleiding wel gaan verkopen. En het kabelnet. De publieke sector is een wezensonderdeel van de geordende maatschappij, niet alles kan geprivatiseerd worden.

WAGENAAR: Vroeger betaalden molenaars trouwens windbelasting.

STUYVESANT: Waarom durf jij deze discussie niet aan, Evert?

FLOREYN: (fluisterend) We willen hier geen Amerikaanse toestanden.

STUYVESANT: Let the people decide. Laat de keuze aan hen. Jij bent toch ook gekozen, niet?

FLOREYN: Well, eh…

STUYVESANT: Well, gentlemen, U kunt onze formele voorstellen binnenkort tegemoet zien. Goodday to you. (af)

FLOREYN: Het is onzin, het mag niet.

WAGENAAR: Maar laten we eerst de formele voorstellen maar afwachten. Uiteindelijk zal de raad zal over een dergelijk project moeten beslissen. Ik kan me niet voorstellen dat ze hierin meegaan.

7.

INTERMEZZO

(Stadsnomaden kijken naar een oude tv. Reclamespot op TV (die achter het toestel wordt uitgespeeld) waarin op een vrolijke melodie gezongen wordt:

“EEN DRUPPEL IJ, DAT IS ME WAT WAARD!

EEN AANDEELTJE, VOOR IEDEREEN DIE SPAART”. Daan en Mariska op)

DAAN: En dan zoom je in op het gezicht, van honderd meter afstand of zo, makkelijk, en nog scherp ook. Hardstikke leuk, hoor, TV-maken. Je weet ze bij ons op de zaak zeggen. TV kijken is apies kijken, TV maken is een apie worden. Te gek, he.

MARISKA: Ik ben blij dat je aan de slag bent, Daan. Maar werk je nou ook mee aan dat soort spotjes.

DAAN: Ja natuurlijk, reclame betaalt hardstikke goed. En via Arielle kom ik overal binnen.

MARISKA: Maar ben je het ook eens met wat ze zeggen?

DAAN: Dat is echt weer zo’n opmerking vanuit jouw idealistische kijk, Mariska. De echte wereld is anders, de hele stad hangt vol met posters die hetzelfde zeggen. Stuyvesant doet dat heel slim hoor. Top-PR. En neem nou zo’n Arielle, die laat zich echt niet leiden door journalistieke hoogstaande principes. Die volgt gewoon het geld.

MARISKA: Hoezo?

DAAN: Stuyvesant heeft haar gewoon gekocht. Ze maakt een positief beeld van hem, en daarna regelt hij iets voor haar in New York.

MARISKA: Echt?

DAAN: Hij heeft haar uitgenodigd voor dat interview. Niet omgekeerd. Hij heeft mij uitgenodigd om mee te gaan. You’ve got a future ahead of you, dat zei-die.

MARISKA: En ga je dat ook doen?

DAAN: Naar Amerika? Ik weet het niet. Ik blijf liever hier, bij jou.

8.

(Live-uitzending van de API-studio’s. Arielle, Wagenaar, Dirckx, Hoppemeijer, Wasjememaar, publiek)

ARIELLE: Welkom, lieve kijkers, bij dit speciaal ingelaste live-televisieprogramma van API-TV, uw lokale zender. We gaan het hebben over datgene wat de hele stad in rep en roer heeft gebracht, het plan om de Amsterdamse bevolking, U dus, eigenaar te maken van het IJ. We hebben deskundigen in de studio op het gebied van beleggen, bekende Amsterdammers, gewone Amsterdammers en natuurlijk is er muziek. Meneer, mag ik U vragen, wat vindt U van het idee dat U aandeelhouder van het IJ kunt worden.

MAN: Wat ik men eigen affraag is of we soals gewonelijk niet belaserd worden. Ze zeggen dat we het EE kunnen kopen, maar wat mag dat dan wel niet gaan kosten. En wat mot je dern eigenlijk mee?

VROUW: Het is een infestering, die kejje weer doorverkopen met winst. Dat heb ik je toch allemaal uitgelegd.

MAN: Volgens mijn worden we belaserd.

ARIELLE: Meneer Drees, u bent econoom. Klopt het wat deze mevrouw zegt?

DREES: Theoretisch heeft ze natuurlijk gelijk. Als het om een gewoon bedrijf gaat dan kun je je aandelen verkopen wanneer je dat wilt.

ARIELLE: Zou u aandelen kopen?

DREES: Het lijkt me helemaal geen slechte investering, noem het onroerend goed. Al kan het er aardig spoken. Maar de vraag is natuurlijk wel of wat ons nu wordt voorgespiegeld allemaal wel klopt, want als iedereen zijn aandeel heeft, of meerdere, hoe groot wordt dat dan wel niet, of beter gezegd, hoe klein.

ARIELLE: Meneer Dirckx. u bent van de Communistische Partij Amsterdam.

DIRCKX: En hoe meet je dat, een aandeel IJ? Is dat zoveel hectoliter??

HOPPEMEIJER: Mijn collega uit de raad heeft weinig verstand van economie. Iets dat in de Sovjet-Unie overigens wordt toegejuichd. Als liberalen zeggen wij, give the people what they want. (applaus)

DIRCKX: Uiteindelijk vallen de meeste aandelen in de handen van enkelen. Laat u niet bedriegen.

HOPPEMEIJER; Ik vrees dat u toch weer een zwartgallig beeld van een unieke en uiterst gunstige situatie schetst.

ARIELLE: Meneer Dullens, u bent adviseur op vele terreinen, ook op beleggingen. Wat denkt U?

DULLENS: Wij van Dullens en Consorte vinden dit een uitstekend idee. Wij adviseren, gratis overigens, te opereren in beleggingsclubjes. En spreid uw belegging. In dit verband is het interessant te vragen of het Noordzeekanaal niet ook te koop is.

TOESCHOUWER: Dan moet Stuyvesant daar ook maar eens langs gaan. Als je het IJ kan kopen kun je ook de provincie kopen.

TOESCHOUWER: Of het hele land.

TOESCHOUWER: Ik vind het een schande, het IJ is van de stad, van iedereen.

TOESCHOUWER: Maar je kan toch ook grond kopen, waarom dan geen water.

TOESCHOUWER: Of lucht.

TOESCHOUWER: Waar is het IJ-gevoel toch gebleven, het gevoel een Amsterdammer te zijn?

KRAKER: Waar is de magie gebleven?

TOESCHOUWER: Hoeveel echte Amsterdammers wonen er nog in Amsterdam?

TOESCHOUWER: Jij woont zeker in Purmerend.

ARIELLE: Ondertussen kijken wij even naar de beursberichten. Hoe werkt dit, meneer Dullens.

DULLENS: Wij van Dullens en Consorte hebben een ingenieus simulatiemodel ontworpen dat gebaseerd is op de stelling dat het IJ inderdaad verkocht kan worden, op relevante economische indicatoren en op prognoses en enquetes over het eventuele aankoopgedrag van de Amsterdamse bevolking. Wij zijn uitgegaan van een aanvangsprijs per aandeel voor een aandeel IJ van 50 gulden, en als wij nu het model in werking zetten dan zien wij dat een aandeel IJ nu voor……110 gulden van de hand zou gaan.

ARIELLE: Is het niet fantastisch, dames en heren! (applaus) Meneer Wagenaar, u bent behalve gemeentesecretaris ook stadshistoricus. Wat denkt u hiervan?

WAGENAAR: Ik denk aan de kleine speculant die op zijn nagels bijt, aan zijn vingers trekt, zijn ogen sluit, vier stappen doet, in zichzelf spreekt, zijn hand naar zijn wang brengt alsof hij kiespijn heeft en dit alles vergezeld doet gaan van een geheimzinnig gekuch.

ARIELLE: Wat bedoelt u daarmee?

WAGENAAR: Ach, ik moest maar denken zogenaamde tulpomanie van 1636-37, waarbij de prijs van tulpen tot grote hoogte werd opgedreven omdat iedereen geloofde dat de tulp veel waard was. En zolang men dat geloofde bleef de windhandel bestaan. Maar als men het over volksaandelen heeft dan kan ik ook verwijzen naar de Verenigde Oostindische Compagnie, de eerste onderneming in de geschiedenis die aandelen uitgaf, die overigens ook gekocht werden door de kleine man die daar zijn spaargeld in stak.

OUDE MAN: Mensen, dit is allemaal windhandel. Al die speculanten op de beurs. Wat is er toch gebeurd met het ouderwetse gevoel dat je gewoon iets voor een ander deed zonder er iets voor te willen terughebben.

EEN ANDER: Gewoon werken voor je geld.

KRAKER: Het is een plan van de Amerikanen om Europa imperialistisch en kapitalistisch te maken. Als het IJ verkocht wordt zal, dan zullen we het kraken.

TAXICHAUFFEUR: Oh ja, het moet maar eens afgelopen zijn met die krakersterreur van jullie. (Ze vliegen elkaar in de haren en worden uit elkaar gehaald)

ARIELLE: Mensen, laten we het gezellig houden. We willen allemaal wel wat verdienen, niet waar? Het is tijd voor wat muziek. Dames en Heren, hier is Robert Boter, onze zanger van het authentieke levenslied. Robert, zou jij een aandeeltje IJ kopen?

ROBERT: Reken maar, wat goed is voor de stad is goed voor mij, zeg ik altijd maar.

ARIELLE: En Roberts nieuwste single gaat natuurlijk….over het IJ.

ROBERT: (zingt, Wasjememaar miemt mee)

Toen ik je zoende

Aan het water waar de schepen lagen

Wist ik dat ik alles kon verdragen

Voor niemand gaan ik nog opzij

Het IJ is van jou en MIJ….

ARIELLE: Vanaf morgen in de winkels te koop. (Licht)

9.

(Slaapkamer Tina en Floreyn. Floreyn zet TV uit.)

FLOREYN: Ligt het nou aan mij, of laat iedereen zich meeslepen.

TINA: Als je de televisie moet geloven lijkt het er wel op.

FLOREYN: Het is niet goed, het zijn Amerikaanse toestanden, het past niet bij ons, het past niet bij onze traditie.

TINA: Misschien ben je toch een tikkeltje een wat ouderwetse sociaal-democraat. Als het volk het nu eenmaal wil, wat geeft jou het recht om daar tegen in te gaan?

FLOREYN: Ik mag dan een politicus van de oude stempel zijn, ik sta voor mijn principes en idealen. Daarom heb ik voor de politiek gekozen, Tina.

TINA: En daarom heb ik toch ook voor jou gekozen, lieverd. Maar je brengt het niet goed. Je komt niet over. Stuyvesant speelt met een glimlach om de macht. En hij betovert het publiek.

FLOREYN: Macht, macht, gaat het daar om? Maar goed, misschien heb je gelijk, ik oog niet zo handig, maar ik hoef toch geen PR-adviseur te nemen, hoop ik?

TINA: Het hoort er toch wel een beetje bij, schat. Kijk naar die oude schilderijen, de Nachtwacht, noem maar op, denk je dat die lui geen oog voor hun imago hadden?

FLOREYN: Het gaat tegen mijn aard in, maar goed, misschien hoort het bij deze tijd.

TINA: Volgens mij hoort het bij alle tijden. (Ze doet zijn pyjamajasje recht). Maar jij hebt geen dure PR-adviseurs nodig, hoor, je hebt mij toch. Welterusten.

FLOREYN: Dat spaart in ieder geval uit. (Trekt nachtlampje uit en slaapt in. Aan de andere kant van het toneel wordt een copieus gedekte tafel zichtbaar, met daaromheen drie mannen in zeventiende-eeuwse kledij. Bed van Floreyn blijft zichtbaar, licht op Floreyn.)

OETGENS: Prosit, mijne heren. Ik drink op de continuering van den krijg met den Spanjool. Twaalf lange jaren werd de strijd gestaakt. Maar thans wordt weder met vollen kracht het kampveld bezocht. Het zal geen lange stonde zijn eer wij ten eeuwigen dage de victorie zullen kraaien. (Hij drinkt, de anderen niet)

HOOFT: Verschoont u mij dat ik niet en drink op uwen zegentocht. Het krijgsbedrijf stuit mij tegen den borst.

OETGENS: Eer zijt gij dichter dan burgemeester, Heer Hooft. Ik zeg en drink daarop: slaat in de hersens den Spanjool, die ons tot armoe bracht, ons gemoed knechtte en ons geloof besmeurde.

DE GROOT: Het oorlogsbedrijf is een ekel bedrijf, ik zeg het de waarde Hooft driewerf na. Edoch, staan wij voor de keus ons te laten verpulveren door de koning van Hispanien, oftewel, mag Hollands vlag in vrijheid wapp’ren. Het moge het laatste zijn, doch een vreugdedronk waar bloed vergoten wordt is een ontegenzeggelijkheid; anderszijds, dorst dient te worden gelest. (drinkt)

OETGENS: Grotius ten voeten uit. Noch het een, noch het ander, dus beiderlei.

HOOFT: Grotius zoekt de schakering. Maar u heeft gelijk, gegeten en gedronken moet er worden. Maar laat ik u waarschuwen, den heren zult gij rekenschap afleggen wanneer gij voor den hemelsen troon verschijnt. Dan helpt u geen lieve moederen, noch de waardigheid van de burgemeester van Amsterdam te zijn zal u dan nog baten. (Floreyn wordt zichtbaar wakker, kijkt om zich heen. Tijdens de volgende regels richt hij zich slaapdronken op)

OETGENS: Ik mag dan burgemeester zijn in de Amstelstad. Eens was ik niet meer dan een volksknul. Noch op uwen afkomst, noch op uwen geleerdheid kan ik buigen, waarde heren. Maar wat onze stad tot nut is, dat voel ik aan mijn water. Vaar ik er wel bij, zomede anderen… (Floreyn nadert de tafel, in pyjama). Maar welaan, een gast, mag ik u noden. (Floreyn neemt plaats). Zijt ge een reiziger van verre. U kledij komt mij buitenissig voor.

FLOREYN: Ik weet het eerlijk gezegd niet, eh…

OETGENS: Ge zijt in verwarring, wellicht afgemat door den reis. Welnu, tast toe en kom aan, verhaalt. Heeft ge nieuws uit het kamp des vijands. Zijt ge koopman in rariteiten?

FLOREYN: Ik eeh.. ben burgemeester..

OETGENS: Ge zijt burgemeester! Dan zijt ge nummer drie. Sta mij toe u te presenteren. Pieter Corneliszoon Hooft, ooit burgemeester hier ter stede. Mijzelve, Frans Hendrickszoon Oetgens van Waveren, thans een der burgemeesteren hier ter stede, en moge het onder vier ogen blijven, waarde heer, meer dan ick hebben er thans weinig in de melk te brokkelen. Hoe zou anders mij vereren met zijn aanwezigheid de hooggeleerde Hugo de Groot, genoemd Grotius. Of ik zijn achting genieten mag, waarde heer, ge moogt het zelve trachten te weten te komen. Wel wil ik u verklappen dat mijn Latijn zwak is. Maar steekt van wal, waarde vreemdeling. Hoe luidt uw naam en ter welker stede zijt ge burgervader?

FLOREYN: Floreyn, mijne heren, Evert Floreyn. Maar Oetgens, u bent toch…

OETGENS: Floreyn, hoe wonderschoon weerklinkt uw naam mij in de oren. Zijt ge uit Florence. Uw Hollands heeft een vreemde klank welke mij niet bekend voorkomt, en ge heeft het uiterlijk eens zuiderlings.

FLOREYN: Wacht even, Oetgens, eh Heer Oetgens. U bent toch, gij zijt toch, op uw initiatief heeft men toch de grachtengordel aangelegd.

OETGENS: Initiatief? Grachtengordel, hoe schoon een benaming.

HOOFT: Smaakvol, toegegeven. Ge schijnt de schone letteren toegewijd, heer Floreyn?

FLOREYN: Ach, er worden veel literaire evenementen in onze stad georganiseerd. Landjuwelen, zeg maar.

OETGENS: De oude stad omgeven door drie concentrische grachten, onderling verbonden door dwarsgrachten en dwarsstraten, uitmondende op de bezige wegen des binnenstedes. Een verviervoudiging van het woonbestand. Een stap vooruit, van dorp naar stad. Van roem naar glorie.

FLOREYN: Goed gedaan, we hebben daar nog steeds veel plezier van.

OETGENS: Men beschuldigde mij van persoonlijk winstbejag. T’is Hooft die trachtte mij te schavotteren. Men begreep niet dat zonder dat de ganse uitleg met het badwater zou zijn weggespoeld. Mijn eygensoeckelyckheyt is den stede te baat gekomen.

FLOREYN: Eygen..??

OETGENS: Geen koopman, reder of schepen kon ik overtuighen zo hij er van gene baat het uitzicht op hadde. Men moet die luiden niet bij de neus voeren maar bij de beurze.

FLOREYN: Maar als burgemeester moet ge toch het heil van de stad voor ogen gehad hebben?

OETGENS: Wis en zeker. Vreemdeling, maar geen heil voor de stad zonder des koopmans baat.

DE GROOT: Wie zijt ge, vreemdeling, voor welke zaak komt ge van zoverre gereisd?

FLOREYN: Mijn stad is verdeeld. Een breed water scheidt noord van zuid. Een koopman uit de west is gekomen…

OETGENS: Hoe zij genoemd deez’ koopman.

FLOREYN: Stuyvesant, Peter Stuyvesant. Misschien is de naam u bekend. Hij heeft iets te maken met Nieuw Amsterdam. Hij wil zich met een buidel dukaten meester maken van de rivier die onze stad splijt.

DE GROOT: Welksoortigh koop beoogt gij? Gij zijt vaardigh een rivier te verkopen?

/FLOREYN: Nee, nee, ik heb daar ernstige twijfels over. Maar stel, we zeggen dat de stad, de stad waarvan ik dus burgemeester ben, nu die rivier wil verkopen, net zoals we grond zouden verkopen. Of rechten, of…

DE GROOT: Gij wenscht de zee te verkopen! Getroubleerd ben ik tot in mijnen diepste inborst. Dat gij mijn richtinggevende tractaat leze De Mari Libro, waarin iedere tegespraak uitsluitende aangetoond wordt dat ten behoeve van het gemene welzijn de zeven zeeen gevrijwaard dienen te worden van iedere aanspraak op souvereiniteit.

FLOREYN: De bevolking in mijn stad denkt daar kennelijk anders over.

OETGENS: Het volk, het grauw, vermaledijde, spreek ik met eem volksmenner?

FLOREYN: Met een democraat. Heer Oetgens, een sociaal-democraat.

OETGENS: Een sociaal… democraat?

HOOFT: Demokratos. Dat ik niet dwale. Uit het grieks, demos, volck, ende, kratoo, heerschen. Regering des volks. Het betreft hier ene obscure tijdsspanne van korten duur in het Athene van den vijfden eeuw Ante Annum Domini, meen ik.

OETGENS: Een heidense bedoening?

HOOFT: Kort daarop koos het wijze griekendom de monarchos, hij die alleen heerscht daartoe door de goden aangewezen. Gelijk Oranje bij ons, maar dan door den Eenigen God.

OETGENS: Ge zijt dan wel een slaaf des volks, ergo een lacher, mijn waarde.

FLOREYN: Ik begrijp dat U dat allemaal wat anders ziet. Deze koopman tracht met volksaandelen de menigte te verleiden, en ze met eh… pamfletten en vlugschriften te betoveren. Het kan er alleen maar toe leiden dat de solidariteit, de saamhorigheid in onze stad gebroken wordt.

OETGENS: Volksaandelen?

DE GROOT: Ik meen te verstaan, gelijk wij de dienstmeid of de gezel laten intekenen in de Verenigde Oostindische Compagnie. Waarlijk een grootaardig besluit van de Heren Zeventien ende nootwendig te doen slagen de gansche onderneeming.

HOOFT: So-li-da-ri…?

FLOREYN: Saamhorigheid! Accoord, accoord, heren, …eh waarde heren. Maar u moet begrijpen, bij ons is de situatie wat anders.

OETGENS: Dan van welcken situeering doet gij kond, heer Floreyn, welke stroom splijt uwen stad, wat volck zoekt men te betoveren met aandelen en vlugschriften? (Floreyn gebaart, ik snap het ook niet) Welcken baat beidt deze onderneming uzelven?

FLOREYN: Geen enkele.

OETGENS: Schepen zijt ge, maar geen baat wacht U na uwen kost?! Laat me dan verhalen van wat Heer Hooft hier pleegt te noemen mijne “eygensoeckelyckheyt”. Wij wisten natuurlijk precies wat er met de grond die we zelf aanboden ging gebeuren en konden dus precies de prijs laten fluctueren al naar gelang de rijkdom van de eerzuchtige koopman die zich ons nieuwe trendy stadsdeel wilde vestigen. Net zoals jullie dat doen met IJburg, toch? En so what, Wij hadden daar baat bij, de stad had er baat bij, de kooplui hadden er baat bij. Alleen een halfzachte moralist als Hooft maakte bezwaren tegen onze eigenzoekelijkheid…, ach wat…. onze hebzucht..

HOOFT: Voorwaar, het geeft geen pas voor een deugdzaam christenmens den stad te bezwaren met extremiteiten waar de armenhuizen zich in armoede wentelen, en de rijken zich in onmatigheid… wentelen.

FLOREYN: Zo denk ik er ook over, een beetje nivellering…

OETGENS: Spaart me uw nieuwe lering. Weescht een man van uwen tijd, zoals ik van de mijne. Verkoop uwen stroom tegen den hoogsten prijs en maak het tegen den hoogsten prijs te gelde, vreemdeling, de waarde wordt bepaald door wat men erbij denkt. Alles wat eigendom genoemd kan worden heeft zijn inspirerende waarde. Hier zijn krachten aan de gang die jou en mij ontstijgen. Grond is water, grond is eigendom, wees sluw, zij die ook sluw zijn zullen u volgen. Wie ten onder ga die ga ten onder. God helpt hen die zichzelve helpen. Moge de stad Godes de stad des volks zijn. Maar geve iemand het voorbeeld.

GROTIUS: Mare Liberum, Floreyn, Mare Liberum.

HOOFT: Moge uw stad bloeien in de gulden schijn

Van uw peilloos dulden.

Ik zie U op mijn slot.

(gaat over in lied van Rogier Boter)

Toen ik je zoende

Aan het water waar de schepen lagen….

OETGENS: Gedenk het beeld dat u oproept, Heer Floreyn!! (Floreyn gaat weer naar zijn bed. Voordat het licht uitgaat blijven de drie Oetgens, De Groot en Hooft als op een schilderij stokstijf zitten. Floreyn wordt wakker)

TINA: Evert, ik heb je nodig! (Licht)

10.

(Stadhuis. Wagenaar aan telefoon)

WAGENAAR: Natuurlijk… duidelijk… zorgen we voor… driehoek is stand-by, ja…low-profile, uiteraard, uiteraard… prima, bedankt (hangt op. Floreyn en Tina op)

FLOREYN: Jozef, mag ik je voorstellen. Mijn nieuwe PR-adviseuse.

WAGENAAR: Aha, tjaja. Met alle respect, is dat wel verstandig? Dullens en Consorte hebben uitstekende deskundigen op dit gebied…

TINA: Persoonlijke charme, meneer Wagenaar, zeer persoonlijke charme. Misschien is mijn Evert niet het meest mediageniek, zijn innerlijke beschaving zal het hem doen.

WAGENAAR: Dan is er direct een mooie opgave, want de producent van API-TV heeft gebeld. Ze willen met de camera oplopen met de burgemeester en Stuyvesant op koninginnedag.

FLOREYN: Maar ik ga altijd incognito.

TINA: Dit is onze kans, Evert, dit is jouw kans. Laat zien dat je een burgemeester van het volk bent. Overtuig ze met je waarden en normen, als Amsterdammers onder elkaar. Dan zien ze vanzelf wel dat Stuyvesants ideeen alleen maar opwaaiend stof zijn.

WAGENAAR: Opwaaiend stof, da’s een mooie, Tina heeft er inderdaad gevoel voor.

FLOREYN: In Godsnaam dan maar. Ach, en Jozef, zoek eens uit wie Oetgens van Waveren ook weer precies was. (ze gaan).

WAGENAAR: Ach, voordat ik het vergeet, het Koninklijk Huis heeft gebeld. De kroonprins komt op koninginnedag naar de stad, incognito, uiteraard.

11.

(Koninginnedag. Dirckx en Hoppemeijer. Later Floreyn, Tina, Stuyvesant, Arielle regisseert Daan, die de camera hanteert. Voorbijgangers, verkopers, Wasjememaar cirkelt eromheen en vertoont mimekusnten)

MAN: Hee volksvertegenwoordigertje (Dirckx en Hoppemeijer worden bekogeld met oranje snippers)

DIRCKX: Het hoort erbij, collega.

HOPPEMEIJER: Natuurlijk, laat het volk ons maar als piassen zien. In Amsterdam mag alles.

DIRCKX: Het is maar een dag in het jaar.

HOPPEMEIJER: Een dag in het jaar komt men hier rotzooi trappen om dan thuis weer te vertellen dat Amsterdam zo’n liederlijke stad is. En u zegt dat we geen imagoprobleem hebben!

DIRCKX: Het werkelijke probleem laat zich moeilijker vangen? Niet alleen vandaag gaat de stad zich te buiten aan het escapisme dat gezelligheid wordt genoemd, aan onverschilligheid die zakelijkheid wordt genoemd, of aan de geestelijke luiheid die vrijheid wordt genoemd.

HOPPEMIJER: Dit is een uiting van collectieve vrijheid die de creatieve kracht is van een stad, niet de collectieve somberheid die u door uw duistere bril ziet. (tegen kind dat iets aanbiedt) Ach wat leuk, mag ik dat van jouw kopen?

STUYVESANT: (verdeelt zijn aandacht tussen Floreyn en camera) Goede morgen Evert, goedemorgen Tina.

TINA: Een prachtige dag, niet Peter.

STUYVESANT: Zeker. En wat een fantastische sfeer. Wat het is het toch een leuke traditie van jullie om de verjaardag van jullie koningin op deze manier te vieren.

FLOREYN: Zeker, de vrijmarkt, iedereen kan zijn kunsten naar hartelust vertonen, iedereen kan verhandelen wat hij wil. Een anarchoide traditie, zou ik zeggen.

STUYVESANT: Leuk, leuk, zo’n eerbetoon aan de vrije markt. En men kan het niet vroeg genoeg leren.

PASSANT: Hi, mister Stuyvesant, hallo Evert.

TINA: Je ziet hoe joviaal de mensen hier met de burgemeester omgaan. Evert staat dicht bij de mensen. (muzikant speelt vals Wilhelmus. Ze staan stil. Als ze Stuyvesant zien gaat hij over naar de Star Spangled Banner) En muzikaal.

PASSANT: Hey, mister Stuyvesant, can I have your autograph please. Will you stay in our city?

STUYVESANT: Ik houd van jullie stad. Ik ben een Amsterdammer.

DAME 1: Wat spreekt-ie goed Nederlands, he.

DAME 2: En wat ziet-ie der nog goed uit voor zijn leeftijd, he. (Stuyvesant wil sateetje eten)

TINA: Dat zou ik niet doen, Peter. (Stuyvesant kijkt er naar en hapt toch. Applaus van omstanders.)

STUYVESANT: (Tegen camera) Een fantastische multiculturele stad, very colorful. (Bedelaar komt op hem af, hij geeft gretig.)

FLOREYN: Doe je dat in New York nou ook vaak?

JONGERE: Mr. Stuyvesant, have a smoke.

STUYVESANT: Sorry, I don’t smoke. (Reagan en Gorbatsjov-poppen passeren) Mister President, mister secretary-general.

DASSENKOOPMAN: Meneer de burgemeester, mister Stuyvesant, your attensjen pliess. Meneer Floreyn, als ik uw das mag afknippen dan krijgt u van mij zo’n mooie oranje feestdas.

FLOREYN: Mijn das afknippen, weet je wel wat zo’n das kost.

TINA: Evert!

STUYVESANT: Knip mijn das maar af. (Man knipt das af en stropt Stuyvesant potsierlijke oranje das om)

TINA: Evert, dit was je kans, doe toch niet zo stijf.

EVERT: Ik ben erg gehecht aan deze das, dat weet je toch. We hebben hem toen in Londen samen….

MEISJE: Meneer Stuyvesant, wilt U aandelen in het IJ kopen.

STUYVESANT: Zo zo meisje, heb jij aandelen, en hoe kom je daar dan aan,

MEISJE: Zelf gemaakt (ze toont tekening)

STUYVESANT: En wat wil je met het geld doen als ik ze koop.

MEISJE: Ik wil een operatie voor mijn oma betalen.

STUYVESANT: Dan geef ik jou tweehonderd gulden voor je aandelen in het IJ.

FLOREYN: Dit kan toch niet.

TINA: Doe ook iets, Evert, je staat zo te kijk als een vrek. (Evert geeft met het meisje gegeneerd ook wat geld)

HARINGBOER: Harinkje, meneer Stuyvesant? (Stuyvesant slikt haring)

FLOREYN: Amerikanen doen ook alles voor populariteit, Ik moet toch enigszins de waardigheid behouden die bij dit ambt past. (Passant met Prins Clausmasker strompelt voorbij)

WASJEMEMAAR: Een stad die zieke mensen bespot is gedoemd ten onder te gaan.

PASSANT: He meneer Floreyn, gaan jullie het IJ nog verkopen of hoe zit dat?

FLOREYN: Beste man, ik ben sociaal-democraat in hart en nieren. Ik heb mijn twijfels over het voorstel van de heer Stuyvesant.

STUYVESANT: Ik ben ervan overtuigd dat ons plan het best de echte democratie waarborgt. Ik zou hier graag over debatteren met de burgemeester voor de televisie. Maar helaas heeft hij een aanbod daartoe afgeslagen. (Stuyvesant wordt door een groepje kinderen meegetrokken om mee te doen aan een ezeltje-prikcompetitie) What’s that, Ass-Prick?

DAAN: Waarom slaat u dat aanbod af, meneer Floreyn?

FLOREYN: Er is mij van een dergelijk aanbod niets bekend. Wagenaar?

WAGENAAR: (tegen Daan) Ze hebben dat voorgesteld maar we hebben daarop nog niet gereageerd. We zullen daar uiteraard graag op ingaan. De uitnodiging van de Heer Stuyvesant is dus geenszins afgeslagen.

FLOREYN: (tegen camera) Vanzelfsprekend zal ik graag met mijn opponent in deze in debat gaan. Ik hoop dat dat voor uw kijkers volstrekt duidelijk is.

DAAN: Vreemde zaak.

ARIELLE: Film Stuyvesant, Daan, kijk eens hoe kwiek die nog is.

STUYVESANT: (Zet ezelstaart op de juiste plaats. Gejuich.) U heeft het voor het zeggen. Bel uw representative en make him vote for our plan.

TAXICHAUFFEUR: (Tegen camera) Floreyn moet maar eens kleur bekennen. Stuyvesant had ik gisteren nog in de taxi en het is zo’n peer.

KRAKER: Het is allemaal een plan van de Amerikanen om de globalisering en de nieuwe wereldorde te versnellen. Verkoop het IJ en alles valt in de handen van het grootkapitaal. Laat je niet misleiden. (ze gaan op de vuist. Daan haalt ze uit elkaar)

12.

INTERMEZZO

(Daan, Mariska, stadsnomaden)

NOMADEN: (zingen)

Nu de smaak faalt

De vrije geest vliedt

De lucht bederft

Het net zich sluit

Zoek ik een nieuwe horizon

Een vrijplaats

Om te rusten

Geen haven geen huis

Geen toekomst

MARISKA: Wat gebeurt er?

DAAN: Het IJ is gekraakt! Het is vergeven van vlotten, bootjes, sloepen en weet ik wat.

MARISKA: Allemachtig!

DAAN: Er komen knokploegen op af. Ik ga filmen.

MARISKA: Heb je een camera?

DAAN: Ja, gejat van Arielle.

MARISKA: Gejat?

DAAN: Ik ga voor mezelf filmen. Arielle heeft een scene niet gebruikt waaruit duidelijk blijkt dat Stuyvesant loog. Daar heb ik gewoon geen zin meer in, hoor. Ik ga alleen verder als PIRAAT-TV.

MARISKA: Wees je voorzichtig?

13.

(Stadhuis. Floreyn aan telefoon. Wagenaar)

FLOREYN: Natuurlijk…dat zegt binnenlandse zaken ook….ik wil zo weinig mogelijk geweld….de watermobiele eenheden zijn paraat….nee, zeg tegen de MP dat het niet weer oorlog in de stad is, het gaat om een ludieke actie…enigszins uit de hand gelopen dan…..alles zal vreedzaam worden opgelost….ja ik overleg ook met Stuyvesant…..ik begrijp dat hare majesteit boos is…..ja, dit kan allemaal alleen in Amsterdam…inderdaad, alles is mogelijk in Amsterdam…alles mag…ja (legt hoorn neer). In Den Haag hebben ze makkelijk praten.

WAGENAAR: Een hele rustige stad, Den Haag. Niet zo leuk als Amsterdam, overigens.

FLOREYN: Is het hier wel zo leuk? Wanneer is het overleg met de driehoek?

WAGENAAR: Over een uur.

SECRETARIS: De heer Stuyvesant vraagt belet.

FLOREYN: Ik heb nu geen tijd voor een overjarige Amerikaanse filmster of tycoon, whatever. Wat weten we eigenlijk van die Stuyvesant?

WAGENAAR: Weinig, te weinig. Helaas heeft de stad geen eigen inlichtingendienst. Maar het is misschien toch verstandig met hem te praten.

FLOREYN: Laat hem maar komen dan. Wat heb ik fout gedaan, Jozef? Jarenlang zijn er geen problemen in deze stad, en in een klap loopt alles plotseling uit de hand.

WAGENAAR: Het is aan de gemeenteraad te beoordelen wat je hebt fout gedaan, Evert.

FLOREYN: Niet zo formeel Jozef, we kennen elkaar al langer dan vandaag.

SECRETARIS: De heer Stuyvesant.

WAGENAAR: We kennen elkaar allang, maar kennen we deze stad ook werkelijk. (Af. Stuyvesant op)

STUTVESANT: Evert.

FLOREYN: Peter.

STUYVESANT: Hoe is de toestand op het IJ?

FLOREYN: We hebben alles in de hand. De bezetting van het IJ is ons inziens in de eerste plaats een ludieke actie die helaas nogal wat agressieve reacties heeft opgeroepen bij sommige delen van de bevolking.

STUYVESANT: Als ik kan helpen…

FLOREYN: Ik denk dat je genoeg hebt gedaan, Peter. Wat is het doel van je bezoek?

STUYVESANT: Evert, ik ben misschien niet altijd eerlijk geweest, maar ik heb daar redenen voor. Beter gezegd ik ben eerlijk geweest in mijn oneerlijkheid, want een leugentje om…eh, kom hoe zeg je dat…

FLOREYN: Je spreekt uitstekend Nederlands, Peter.

STUYVESANT: …bestwil is toegestaan. Omdat ik geloof waarin ik geloof, en sta waarvoor ik sta. In een vrije wereld waarin alles rechtvaardig wordt verdeeld op grond van vrije uitwisseling van goederen en ideeen. Maar zoals men zijn waar niet zomaar op de markt gooit, zo moet men ook zijn ideeen op de juiste manier brengen, is het niet? Evert, ik kan niet aanzien dat mijn geboortestad ten prooi valt aan aan het vreselijke verval dat ik om me heen zie grijpen. Ik zie drugs, passiviteit, vuil, onverschilligheid, overal in Amsterdam, overal in Europa. Europa, de moeder van Amerika, de bakermat van de beschaving. Maar ook de prooi van de Aziatische despoten. Europa is verscheurd in zich, en waar de keuze van het individu op het spel staat zal de overheid de macht naar zich toetrekken. Geen groter vijand dan de onverschilligheid van de kleine man, die vecht tegen een onduidelijke macht als de overheid, en voor wie het onduidelijk is waar hij zijn voordeel moet halen. Hij zal zich tegen zijn buurman verzetten. Het begint met het te vroeg buiten zetten van de vuilniszakken, en het eindigt ermee dat niemand meer in verzorgingshuizen wil werken omdat ieder geleerd heeft voor zichzelf op te komen. Onze visie biedt uitkomst. Maak alles van de mensen zelf, geef ze een aandeel in de zorg die ze zelf later nodig zullen hebben. Ons systeem is misschien ook niet perfect, maar het is het minst slechte. Je weet wat Churchill zei: democratie is het minst slechte systeem dat we kennen. Dit is echte democratie, dit vraagt om verdienste en inzicht, en de slimmere zal het beter hebben dan de langzame, en zijn slimheid verkopen. That’s the way of the real world, Evert. You better believe it, it’s Washington or Moscow

FLOREYN: En de wanorde die nu geschapen wordt?

STUYVESANT: Dat is een korte overgangsperiode die iedereen weer snel vergeten is. Jullie hebben je kans gehad, jullie socialisten! Kijk naar het oosten en zie je failliet. Dit is een shock-effect. Daartoe is op de hoogste niveaus besloten. Alles zal geprivatiseerd worden, en jij bent een bevoorrecht man, Evert, als je nu de juiste keuzes maakt. Een tikkeltje voorkennis, een tikkeltje valsigheid kan geen kwaad, its all in the game. Te veel zachtmoedigheid heeft geen nut, en laat wie liefdadigheid ontvangt maar netjes dank je wel zeggen en je tuin aanharken. Iedere dag stempelen, sociale dienstplicht en strenge controle. Dat zal een maatschappij van sterken creeren. De lat moet hoger. Amsterdam is een bevoorrechte stad; als de juiste keuzes worden gemaakt, als de juiste alteration wordt gemaakt, dan is Amsterdam de poort en de leidsstad tot het nieuwe Europa.

FLOREYN: En zo niet?

STUYVESANT: Amsterdam kan een springplank zijn, maar ook een fuik. Eens kwamen hier de vredelievende hippies, maar nu zal het uitschot hier naar toekomen, een ander soort privatisering die jullie nooit het hoofd zullen kunnen bieden en die langzaam maar zeker het leven hier zal vergiftigen. Het zal ten goede komen aan Purmerend, Hoorn en Almere. Maar het Rokin, en het Damrak, eens de trotse monding van de Amstel, zullen verpauperen en worden opgekocht door gangsters. Om maar mee te beginnen. Een ieder voor zich maatschappij zonder richtsnoer is het waar het mee zal eindigen. Sla onze hulp niet af, Evert, ook al begrijp je het niet.

FLOREYN: Wie zijn we, Peter, wie?

STUYVESANT: Evert, wees niet naief. Neem maar van mij aan dat Operatie Schoonmaak is begonnen.

FLOREYN: Operatie Schoonmaak, de Nieuwe Wereldorde, dat soort gebazel.

STUYVESANT: Het staat je vrij te kiezen, Evert. Ik heb open kaart met je gespeeld.

FLOREYN: Ga je dat ook en public doen?

STUYVESANT: Klanten hebben geen filosofie van hun koopman nodig, die hoeven alleen de prijs te weten, en wat hun investering opbrengt. Dat is wat zij nodig hebben om te kiezen. En als een ware democraat zul je de wil van het volk moeten volgen. Het spijt me dat ik je niet heb kunnen overtuigen. Ik groet je. En ach, de kroonprins laat je groeten. Ik heb hem ontmoet op koninginnedag. Incognito natuurlijk. Een alleraardigste vriendin trouwens. (Af)

14.

(Live-uitzending vanaf de oevers van het IJ. Arielle, politiecommissaris, menigte)

ARIELLE: Goedenavond dames en heren. Dit is API-TV live vanaf de oevers van het IJ. Onze camera’s staan opgesteld op verschillende posities, op het Shell-gebouw, op de pont, en straks hopen wij verbinding te maken met onze collega’s op het water. Er is hier achter het station veel publiek dat de gebeurtenissen gespannen gadeslaat, en naast mij staat agent-ter-zee, adjudant Schaap van de watermobiele eenheid. Meneer Schaap, Er schijnt sprake te zijn van een impasse, een patstelling. Hoe is de toestand?

SCHAAP: De toestand is ernstig, mevrouw. De bezetting van het IJ, die voorzover wij begrepen is begonnen als een ludieke protestactie met kleurrijke versierde bootjes en vlotten is overgenomen door radicale elementen van beide zijden. Er was aanvankelijk eigenlijk alleen sprake van een aantal vaartuigen dat zich op het IJ bevindt, geen onwettige toestand dus. De bezetters van het IJ zijn echter belaagd door een groep speedboten onder leiding van een groepje taxichauffeurs, die gepoogd zouden hebben een der bezetters met geweld kopje onder te duwen. De verschrikte hippies hebben zich toen verschanst achter een aantal vaartuigen van de watermobiele eenheid waar zij tot op heden verkeren. Ook hebben zich radicalen, zgn. autonomen onder de bezetters gemengd die de rechtsstaat omver willen werpen. De emoties zijn echter zo hoog opgelopen dat sommige van de soms jeugdige wereldverbeteraars dreigen zich in het water te storten als het IJ wordt ontruimd. Zij verzekeren daarbij dat zij niet kunnen zwemmen. U mag dus inderdaad gerust stellen dat er sprake is van een patstelling die zeker ook een impasse genoemd mag worden.

ARIELLE: (tegen kraker) Wat beweegt jullie?

KRAKER: Wij verzetten ons tegen de misdadige, smakeloze en oppervlakkige massacultuur die mensen als Stuyvesant voorstaan. Hun globalisering is de onze niet en komt uitsluitend neer op onderdrukking van de kleine man en bevoordeling van het grootkapitaal en de multinationals.

TAXICHAUFFEUR: Wij hebben genoeg van de linkse krakersterreur. Laat de kleine man ook eens wat verdiennen. En wie aan ons vreten komt, wee je gebeente.

ARIELLE: Tot zover deze live-reportage vanaf de oevers van het IJ. En morgen, lieve dames en heren thuis, kunt u de ontknoping van dit drama live volgen op API-TV, als u kijkt naar onze live-uitzending van het gemeenteraadsdebat over de toekomst van het IJ.

15.

(Slaapkamer Tina en Floreyn. Tina slaapt rustig, Evert woelt. Lamgzaam wordt hetzelfde tafereel als in de vorige droom zichtbaar)

OETGENS: Floreyn! Floreyn! (Floreyn gaat naar de tafel) Ge heeft ons lang in spanning gelaten, Floreyn, hoe staat uw saeck?

FLOREYN: De partijen staan lijnrecht tegenover elkaar, heer Oetgens.

GROTIUS: Heeft ge uwen stroom van den hand gedaan?

FLOREYN: Wis en waarachtig niet. De gemeenteraad eeh…de vroedschap moet daarover besluiten.

OETGENS: Uw vroede vaad’ren zullen zeker in wijsheid besluiten en hun voordeel nemen, Floreyn.

FLOREYN: Er is tweespalt in de stad, en ik had dat als bestuurder moeten voorkomen. Ik heb gefaald.

OETGENS: Regeert met harden hand, stuurt de schutterij op het morrende grauw af.

FLOREYN: Dat zou tot bloedvergieten kunnen leiden.

OETGENS: Welzeker zal er bloed vergoten worden. Dat zal ze leren.

HOOFT: Ge zijt een humaan bestuurder. Een man van de toekomst.

FLOREYN: De toekomst zal een gecompliceerder beeld geven van de verhouding tussen burger en bestuur dan men kan bevroeden, heren.

OETGENS: Het is aan de door God gestuurde bestuurderen te wikken wat goed is voor het janhagel. Dat zal nooit en te nimmer anders zijn. Hakt in, die meute; hakt in! (er ontstaat rumoer en een menigte paupers onder aanvoering van Wasjememaar komt op. Ze werpen zich op de tafel) Wie zijt gij. Drommels, het gepeupel dringt binnen. Wacht!

WASJEMEMAAR: Aaargh! Tyrannen, wanbestuurders. De tijd van boeten is gekomen. De stem des volks zal schallen en de muren van uw koopmanshuizen zullen worden geslecht. Huichelaars. Gij die uw rijkdom vergaarde op de zeemansgraven en de scheurbuik van de geronselden, wacht uw moment van wraak. Gij die hier op uw beurzen op uw luie gat de rijkdommen uit de wingewesten stapelde, wacht uw einde. Bevend zult gij staan voor de troon van uw god, die toeliet dat de jammerklachten zijner schepelingen tot de hemel reikten. Verschansing zult ge niet vinden in uw Noorder- en Westerkerken, want we zullen u uit uw bidholen roken en uw brandende lijken spiesen op de marktplaats van uw graaizucht. Wij zijn het kannonenvlees in de Spaanse oorlog die ge de wapens leverde waarmee wij aan flarden werden geschoten. Wij zijn de offers die u bracht, gij die van rechtzinnig lichtzinnig werd. Hollandse koopman, boet voor de toekomst die gij op lijken bouwt.

OETGENS: Maar we doen het allemaal toch voor jullie, voor het gemene goed. Geef ieder zijn deel.

WASJEMEMAAR: Vervloek de klanken over uw ondergaande stad, en ik zal er de profeet van zijn. een muziek zal heersen in uw stad zonder melodie en harmonie en poezie en duizenden verdwaasden zullen in stompzinnige pillenextase worden meegevoerd op de wezenloze klanken. Onbegrip zal heersen en gezelligheid en alles zal leuk zijn. Leuk. Leuk. Vorm zal inhoud verdringen en uw kabelnet zult ge verkopen en u zelfstandigheid opgeven. Miljoenenoverschrijdingen…. (ook Floreyn wordt belaagd)

FLOREYN: Dit is niet echt, dit is niet echt. (wordt wakker)

TINA: Evert, word wakker, je droomt!

FLOREYN: Droom ik? Droom ik?

16.

(Raadszaal)

ARIELLE: Welkom dames en heren bij dit live-debat over dat ontzettend leuke plan van Peter Stuyvesant on het IJ te verkopen aan de Amsterdamse bevolking. Vandaag zal de gemeenteraad de defintieve beslissing nemen of dit plan wel of niet doorgaat. En dat is met het licht op de gebeurtenissen op het IJ natuurlijk extra sensationeel. Er is grote belangstelling van het publiek, u ziet dat de tribune volloopt. De raadsleden verzamelen zich, en, aha, daar is Peter Stuyvesant, de aanstichter van dit alles, als ik dat zo mag zeggen. Mr Stuyvesant, wat denkt u dat de uitslag zal zijn?

STUYVESANT: Hallo Arielle, how are you? Ik ben er volstrekt van overtuigd dat de gemeenteraad het verstandigste besluit zal nemen. (naar tribune)

ARIELLE: En wat dat is, dat hoef ik natuurlijk niet te vragen. En wat denkt u, mevrouw?

MEVROUW: Ik laat me dat aandeel niet meer afpikken.

MAN: Die politici moeten maar eens een keer naar gewone mensen als wij luisteren. En bovendien zijn we erg dorstig, we lusten best een slokkie IJ.

ARIELLE: Zo is het maar net. (Tegen Ajax-fan) Wat denk jij dat het zal worden?

AJAX-FAN: (luistert naar transistorradiootje) Het kan mijn niet schelen als Ajax vandaag maar kampioen wordt. Maar als er nog een aandeeltje IJ afkan, dan is mijn dag goed.

ARIELLE: Dat moeten we ook niet vergeten. Het debat begint.

FLOREYN: Geachte leden van de raad. De raad heeft besloten in buitengewone vergadering bijeen te komen om een buitengewone kwestie te bespreken; een kwestie die de gemoederen heftig in beweging heeft gebracht en die het hart van onze gemeenschap lijkt te raken, en die bovendien, het kan verkeren, op onverwachte wijze aansluit bij de besluitvorming die de raad toch al ter harte had genomen, namelijk die betreffende de toekomst van het IJ.

Het betreft hier een voornemen van een buitenlandse projectgroep die de Amsterdamse gemeenschap heeft aangeboden het IJ te kopen voor een bedrag van 10 miljard dollar. Gedegen onderzoek heeft aangetoond dat er geen juridische bezwaren zijn tegen een dergelijke gang van zaken; dat betekent dat een dergelijk aanbod serieus genomen dient te worden en onderwerp wordt van het politiek debat. En daarom zijn wij hier.

Ik aarzel een moment, want u weet, geachte leden van de raad, dat het verre van mij is mij, als voorzitter van dit college, te uiten over datgene wat ter tafel ligt, ongeacht mijn politieke gebondenheid of mijn persoonlijk gevoelen. Ik wijk daar dan ook slechts vanaf met het oog op de uitzonderlijke toestand waarin wij zijn verzeild geraakt.

Ik wil ook nu dan niet verder gaan dan te wijzen op de verregaande, en wellicht onoverzienbare consequenties die een bevestigend besluit uwerzijds voor onze stad kan hebben. Voortvarendheid is niet gelijk aan roekeloosheid, en het betrachten van terughoudendheid is voor een bestuurlijk orgaan soms wellicht wijzer dan het zich laten meeslepen in een ongewis avontuur, dat onze stad, ook gezien de openbare orde…

TRIBUNE: Verkopen, verkopen!

FLOREYN: Orde, anders laat ik de zaal ontruimen. Ik geef het woord aan de initiatiefnemer van dit debat, Vrij Mokum. Meneer Hoppemeijer.

HOPPEMEIJER: Dank U, voorzitter. Het is inderdaad een niet mis te verstane klus die voor ons ligt, dames en heren. Laat ik klip en klaar zijn; het gaat hiet om niets minder dan een historische kans die wij niet mogen laten schieten. Het gaat hier om een project dat het alledaagse ontstijgt en dat is even slikken. Want dat vergt visie, dat vergt doorbijten, dat vergt moed.

En moed is niet datgene, en ik betreur het dit te moeten opmerken, waardoor onze stad zich de laatste decennia onderscheiden heeft. Maar het is nooit te laat om het tij te keren; het is nooit te laat om ten halve te keren om te voorkomen dat men ten hele dwaalt.

Dat men daarbij soms harde noten moet kraken, voorzitter, its all in the game.

De verkoop van het IJ in aandelen, de triomf van de vrije markt, is iets dat menigeen in deze stad zal doen sidderen. En mag ik daar direct aan toevoegen, ten onrechte. Ten onrecht, want de afkeer van de vrije markt, van het bedrijfsleven die door sommigen hartstochtelijk wordt gekoesterd, doet denken aan de angst die men vroeger had voor de duivel, voor Satan…

DIRCKX: Meneer de voorzitter!

FLOREYN: Meneer Hoppemeijer, iets meer ter zake graag.

HOPPEMEIJER: Excuus. Maar het gaat hier niet om tovenarij, voorzitter, hier is geen magier in het spel; de kracht van de markt is gebaseerd op de triomf van de rede. En ook daaraan heeft het ontbroken in onze stad. Het wordt tijd om de doorgeslagen pendel terug te doen zwaaien en het evenwicht te herstellen. Maar ook om onze stad weer de plaats te doen innemen die zij verdient. En mee te doen, voorzitter, in het internationale spel van geven en nemen, van kopen en verkopen, van vertrouwen in het zelfbeschikkingsrecht van ieder mens zijn eigen lot te bepalen zonder inmenging van overheid of God. Dat is de vingerwijzing die het plan Stuyvesant ons heeft gegeven. Laten wij deze kans met beide handen aangrijpen.

FLOREYN: Communistische Partij Amsterdam. Meneer Dirckx.

DIRCKX: Als volkspartij is het niet altijd makkelijk stand te houden als de menigte zich zo overduidelijk uitspreekt over een zaak die niet in haar eigen belang is. Wij zijn het op vele punten niet eens met de liberalen die de herauten zijn van deze ontwikkeling. Ook gaan wij voorbij aan hun schampere opmerkingen als zouden wij in de ban zijn van een primitief bijgeloof, ten prooi aan irrationele krachten. Onze analyse van de kapitalistische praktijk is gebaseerd op een gedegen analyse. Wat onze collega’s van Vrij Mokum niet kunnen of willen inzien is dat wij er naar streven de inspiratie, de verbeelding zijn rechtmatige plaats te geven naast de zakelijkheid die de liberalen hun ideaal noemen.

Maar wij moeten als communisten ook niet bang zijn kritiek op ons zelf uit te oefenen. Moeten wij verder de kleine voorhoedepartij zijn die het beter weet dan de massa die wij leiden? Zouden wij dan niet dezelfde fout maken die zovele van onze zusterpartijen hebben gemaakt? Voorts wijzen de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie erop wijzen dat er meer ruimte dient te komen voor de vrije markt. Daarom gaan wij mee in het voorstel, mits onder stricte contractuele voorwaarden natuurlijk, met recht van terugkoop.

WASJEMEMAAR: Lafaard!

FLOREYN: Meneer Wasjememaar…

WASJEMEMAAR: Daarmee hebben ze de meerderheid!

FLOREYN: Meneer van Zandt, u mag alleen op uitnodiging spreken…

WASJEMEMAAR: (Staat op) Nodig mij niet uit te zwijgen, niet-luisterende luisteraars!! Miljoenenoverschrijdingen! Vervloek de klanken over uw ondergaande stad, en ik zal er de profeet van zijn. Een muziek zal heersen in uw stad zonder melodie en harmonie en poezie en duizenden verdwaasden zullen in stompzinnige pillenextase worden meegevoerd op de wezenloze klanken. Onbegrip zal heersen en gezelligheid en alles zal leuk zijn. Vorm zal inhoud verdringen en uw kabelnet zult ge verkopen en uw zelfstandigheid opgeven. Miljoenenoverschrijdingen, niet-luisterende luisteraars. Zakelijkheid, geordendheid, de kabouters en de dichters zullen worden verdreven de kunstenaars in broedplaatsen gestald, de anarchie en de magie zullen verdreven worden. wat eens brandde zal nooit meer gloeien. Kunstenaars zullen de benen worden afgeschoten en hun kunstbroeders zullen zich niet in woedende menigte op de plaats des onheils verenigen maar zich opsluiten in hun snuifholen. Want alles is leuk en om te lachen! Waar hartstocht woedde zal sympathie sokken breien, en wij zullen allen gelijk zijn en over huiselijke dingen zingen en over overspel en echtscheiding en de stad zal zijn opdracht vergeten. Orde en lijnen van noord naar zuid zullen de stad doorkruisen als de jaren vijftig de eeuw.

Ideeen zullen op glanspapier waarde hebben en in commissies worden besproken, in banen worden geleid en geevalueerd, en alles zal normatief zijn en geijkt. Miljoenenoverschrijdingen!

Stadswacht met piercing en tattoo, controleer het publiek op ploertendoders, want de Leidsestraat is vergeven van de fietsen en de Kalverstraat dreunt de maat van de stad. De gulle lach zal schaterlach zijn, de fiets een ronkende brommer. De zachte krachten zullen zeker… de zachte krachten zullen zeker…Geen anker zal de stad zijn, maar een aanlegplaats van korte duur; een onveilige haven en om een uur zullen de kroegen en de bordelen sluiten.

De zachte krachten zullen met harde hand worden gehandhaafd en de klokken zullen luiden voor de penose. En ik spreek uit het hoofd. Meneer de Voorzitter, mag ik het woord…Afwerkplaatsen, in musea zal worden gedanst, massa’s vallende schaatsers zullen de gemeenschap beschuldigen van hun eigen roekeloosheid, schreeuwerige reclame zal slechts wijken voor een kroonprinses wier huwelijk miljoenen zal overschrijden, ambtenaren zullen in wrakken handelen oh lost boys, in Europa’s grootste bouwput met moordende rechtsafslaande vrachtauto’s; velen, toeristen en inheemsen in hun eigen wereld gekeerd zullen zonder uit te kijken de straat oversteken; het sexuele leven van een franse kunstcritica zal een bestseller zijn en de kerstman zal sinterklaas verdrijven; het gras zal niet meer groeien…

FLOREYN: Meneer Van Zandt! Als u niet onmiddellijk zwijgt dan zal ik u moeten laten verwijderen. (Wasjememaar gaat zitten en legt de armen over elkaar)

WASJEMEMAAR: (zacht) Van miljoenenoverschrijdingen zal men fluisteren…

FLOREYN: Meneer van Zandt! Ik waarschuw u voor de laatste maal. Ik waardeer uw hartstocht en uw inzet, maar U moet zich aan de regels van dit huis houden, anders wordt het hier een chaos…

TAXICHAUFFEUR: Gooi die zwerver deruit? Gaan jullie nou nog eens een keertje beslisse! (stadswachten begeven zich richting taxichauffeur)

FLOREYN: Orde! Orde in de zaal!

TAXICHAUFFEUR: Lamlendige politici! Lafbekken! (er ontstaat algemeen rumoer en her en der handgemeen)

FLOREYN: Als er geen orde… als er geen orde komt…. dan zal ik de zaal.. de vergadering… (Er onstaat een chaos die enkele momenten duurt. Mariska op, maakt gebaren of ze iets wil duidelijk maken, loopt dan naar het midden van de zaal en stelt zich op tussen de vergadertafels voor Floreyn. Langzaam valt er stilte en richt men de aandacht op haar.)

MARISKA: Daan. Het is Daan. Hij is verdronken! (Er valt een doodse stilte die even aanhoudt. Hier en daar is een “ach” hoorbaar.)

AJAX-Fan: (Houdt een transistorradiootje in de lucht) Ajax is kampioen! (De stilte houdt nog even aan, dan barst er een oorverdovend gejuich los.) Naar het Leidseplein! (iedereen af behalve Floreyn, Stuyvesant, Wasjememaar en Mariska. Floreyn blijft roerloos voor zich uit blijft staren richting zaal. Stuyvesant staat op, licht de hoed richting Floreyn en verlaat de zaal. Wasjememaar doet het zelfde, maar verlaat de zaal aan de andere zijde van het toneel. Floreyn blijft stokstijf zitten. Mariska zit met het hoofd in de schoot op een raadstafel. Langzaam dooft het licht. Het lied van de volkszanger klinkt vervomd.)

17.

(IJ-oever. De plaats waar de nomaden zaten. De oude televisie staat er nog. Dirckx en Hoppemeijer op.)

HOPPEMEIJER: Wat een locatie, wat een opportunity, collega. Hier moet zich toch iets groots gaan afspelen.

DIRCKX: Dat zal heus wel gebeuren. Maar of het nou met een Amerikaanse overval moet.

HOPPEMEIJER: Kennelijk is Amsterdam nog niet rijp voor een dergelijke visie.

DIRCKX: Gaat het kapitalisme dan nog steeds over lijken?

HOPPEMEIJER: Ho, ho, collega. Je weet net zo goed als ik dat die jongen toch nog gered is.

DIRCKX: Sorry, ik kan het provoceren niet laten.

HOPPEMEIJER: Ach, het zit jullie in het bloed. Maar zolang de verbeelding niet aan de macht is zullen we het met marketing moeten doen, collega. Promotion inplaats van provo. Amsterdam Promotion, dat is wat de stad nodig heeft. Een professioneel instituut dat het imago van de stad opkrikt.

DIRCKX: Image, image. Een gemeentelijk sloganbeleid?

HOPPEMEIJER: Amsterdam heeft ‘t. (af. Daan en Mariska op)

DAAN: Waar zijn de nomaden?

MARISKA: Ze zeggen dat ze weggetrokken zijn. Naar Oost-Europa, geloof ik. Daar schijnt van alles aan de hand te zijn.

DAAN: De nomaden met de noorderzon vertrokken.

MARISKA: Ja, net als Stuyvesant. En Arielle toch ook?

DAAN: Ja, naar New York, geloof ik. En van die TV heb ik voorlopig ook genoeg. Vreemd trouwens, dat zo’n Stuyvesant plotseling zijn hele plan opgeeft.

MARISKA: Misschien was Floreyn toch sterker.

DAAN: Misschien. Hij heeft de zaak anders wel aardig.. geprovoceerd, niet? Maar ik ga naar huis, naar bed. Morgen sta ik weer de hele dag op de rondvaartboot.

MARISKA: Dat jij zo blij bent met je nieuwe baantje. Wat vertel je die mensen zoal?

DAAN: Over de geschiedenis van de stad en zo. In vier talen. Ladies and gentlemen. Meine Damen und Herren. Op de plaats waar nu het Centraal Station staat stroomde vroeger de Amstel in het IJ. Dit is de plaats waar de geschiedenis van de stad begon. En als ze dan naar het noorden keken dan zagen ze een langwerpige landtong. Als je het op zo’n oude kaart ziet is het net een vinger. Een vinger in het IJ. Een lelijke, knoestige vinger die naar het zuiden wijst. “Daar, daar moet je je stad bouwen.” En dat deden ze. Dat zal ik er eens bij vertellen. Kan hun het schelen of het waar is of niet. Ja. A finger in the Aye, that’s how it all began. Vaar je morgen mee?

MARISKA: Yesss! (Af. Licht.)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: